Patrick Sins, lector Vernieuwingsonderwijs Thomas More hogeschool en lector Leren Hogeschool Rotterdam

Dient alles wat leraren, begeleiders en andere onderwijsprofessionals op school doen ‘evidence informed’ te zijn? Anders gezegd: moeten alle aanpakken, activiteiten en interventies die die ze uitvoeren gebaseerd zijn op wat wetenschappelijk onderzoek zegt over effectief onderwijs? Wetenschappelijke kennis biedt leraren een kader om te reflecteren op het eigen onderwijs of om problemen die in de dagelijkse onderwijspraktijk worden ervaren beter te begrijpen. Voorop staat dat de leraar zijn of haar keuzes maakt op basis van een eigen beredeneerd oordeel, wetenschappelijke kennis dient hierbij als een belangrijk hulpmiddel. Experimenteren dus, op basis van beschikbare kennis – uit onderzoek – over wat heeft gewerkt.

Onderzoek is richtlijn, geen voorschrift

Een gedegen bron van kennis en inspiratie. Voor mij is dat wat inzichten uit onderwijsonderzoek voor de praktijk kunnen betekenen. Om als onderwijsprofessional uit te leggen waarom je de dingen doet die je doet, bieden die inzichten een geweldig hulpmiddel. De kracht van onderwijsonderzoek zit wat mij betreft in het goed kunnen beredeneren van je eigen onderwijs of wat je ermee wilt. Het geeft je de tools om eens je eigen onderwijs tegen het licht te houden, te reflecteren op je eigen handelen en dat van je collega’s, maar ook om onderwijsvernieuwingen goed te doordenken. Maar je onderwijs louter en alleen baseren op wat uit onderzoek bekend is? Nou nee. Om twee redenen. Aan de ene kant, omdat niet alles is onderzocht. Zo weten we bijvoorbeeld niet welke coöperatieve werkvormen het meest bijdragen aan de ontwikkeling van executieve functies bij dyslectische leerlingen in groep 3. Ik noem maar iets. En zo zijn er wel meer specifieke onderwijssituaties te bedenken waar nog geen onderzoek naar verricht is. Het is de vraag of dat überhaupt wel kan, omdat er ontelbaar veel combinaties mogelijk zijn. Hoe frustrerend dat misschien ook is, of juist niet. Onderzoek is nooit af.

Daarnaast is de onderwijspraktijk weerbarstiger dan onderzoek kan bevatten. Onderwijs is namelijk contextgebonden. En laat onderwijsonderzoek nu net die onderwijswerkelijkheid reduceren tot een eenvoudig model van oorzaak en gevolg, waarbij er een eenduidige relatie bestaat tussen een interventie of aanpak (als oorzaak) en de opbrengsten (als effecten) daarvan. Een interventie veroorzaakt de effecten. Echter, de onderwijspraktijk is natuurlijk veel complexer dan een eenduidig oorzaak-gevolgmodel. Hiermee bedoel ik dat we in de klas te maken hebben met leraren en leerlingen die afzonderlijk en in interactie met elkaar invloed uitoefenen op de mate waarin een interventie of aanpak impact heeft. En dit is afhankelijk van een overdaad aan factoren die op een onvoorspelbare manier op elkaar inspelen. Denk bijvoorbeeld aan type vakgebied, onderwijsniveau, duur van de interventie, schooltype, motivatie van leerlingen en hun leraar, gewoontes, overtuigingen over leren en ga zo maar door. Daardoor kan een interventie of aanpak onder bepaalde omstandigheden verschillende effecten teweegbrengen.

Onderwijsonderzoek vertelt ons wat onder bepaalde omstandigheden, gemiddeld genomen, heeft gewerkt. Maar het vertelt ons niet wat in een specifieke context werkt of in de toekomst effectief zal zijn. Dit betekent dat conclusies uit onderwijsonderzoek niet zonder meer vertaald kunnen worden in onmiddellijk toepasbare tips en trucs voor de onderwijspraktijk. Onderzoek geeft inzicht in de mogelijkheden; het voorziet in gefundeerde richtlijnen. Onderwijsonderzoek kan ons niet voorschrijven wat we precies moeten doen. Het is aan de leraar zelf hierover te oordelen en hierin zelf een keuze te maken. Of de gemaakte keuzes succesvol zijn, moet blijken in de praktijk. En dat is een hele kunst.