Hoe H.B.S.-leerlingen denken over hun onderwijs

Ik vind het altijd interessant om op internet op zoek te gaan naar artikelen of informatie over daltononderwijs of over Helen Parkhurst, de grondlegster van ons daltononderwijs. Je komt soms juweeltjes tegen. Op de website delpher.nl kun je bijna alle Nederlandse kranten en tijdschriften doorzoeken. Bij elkaar zo’n 17 miljoen pagina’s! Sinds kort hebben ze ook themapagina’s gemaakt, o.a. over onderwijs (zie: https://www.delpher.nl/thema/samenleving/onderwijs).

Op deze themapagina vind je een prachtig artikel uit Het Vaderland van woensdag 16 februari 1927 over de lezing die mej. Dr. I.M. Graftdijk gaf over haar ervaringen met de daltonmethode aan de Eerste H.B.S. voor Meisjes aan het Bleyenburg te Den Haag.

Zo trof ik ook een prachtig artikel aan uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 15 oktober 1929. Het is een artikel van de redactie naar aanleiding van een publicatie van D.L. Daalder in het tijdschrift ‘Het Kind’ met de titel “Hoe wenschen H.B.S.-leerlingen hun school?”

Hieronder is dit artikel opgenomen. Het is bijzonder om te lezen welke vernieuwende ideeën door de leerlingen naar voren worden gebracht. Sommige wensen van de leerlingen zouden in het huidige (dalton)onderwijs nog steeds niet misstaan!

Paul Hendriks

Onderwijs 

Hoe wenschen H.B.S.-leerlingen hun school?

In “Het Kind” schrijft de redacteur, de heer D L. Daalder, leeraar aan de R.H.B.S. te Alkmaar, over de wenschen der leerlingen wat de organisatie hunner school betreft. Als leeraar in het Nederlandsch gaf hij in het „debatuur” het onderwerp ter behandeling: Hoe behoort een H.B.S. te zijn ingericht? Hij noteerde de volgende verlangens in het debat tot uiting gekomen:

Te beginnen met de 4e klas dienen wij te kunnen kiezen welke vakken wij wél en welke wij niét zullen volgen. (Slotformule: ieder bepaalt dat zelf in overleg met zijn ouders en zijn leeraren.)
Lessen moeten eerst uit het boek zelfstandig worden bestudeerd en pas daarna besproken; bij die bespreking is alleen dat gewenscht, wat niet begrepen is. “Overhooren” van lessen is dwaasheid. Regelmatige controle is onnoodig, tenminste in de hoogere klassen. Wel nu en dan een samenvatting en een proef.
De zomervacantie moet korter worden: daarvoor in de plaats een vacantie tusschen Kerstmis en Paschen, langere Pinkstervacantie en een vacantie in October. Er mag nooit meer dan één repetitie per dag worden gegeven. Te beginnen met de 4e klasse kunnen bepaalde lessen verzuimd worden, net als bij de studenten. Ook moet de gelegenheid bestaan, op dien tijd in lagere klassen andere lessen bij te wonen ter bijwerking van zwakke vakken.
De leerarenvergadering wordt bijgewoond door een afgevaardigde uit iedere klas. (Toelichting: de leeraren kennen ons niet en ook niet de omstandigheden, waaronder sommigen van ons moeten werken: daardoor beoordeelen ze ons verkeerd; de afgevaardigde moet zich op de hoogte stellen van alle toestanden buiten de school; hij moet op de vergaderingen nadere inlichtingen geven.) De leerlingen uit de hoogere klassen moeten de gelegenheid hebben, zelf lessen te geven in lagere klassen, onder toezicht van een leeraar.
Op de H.B.S. moet handenarbeid een vak worden. De lessen moeten ‘s morgens om 8 uur beginnen, daardoor is er pauze en vroegere sluiting mogelijk (de Alkmaarsche H.B.S. werkt van 9-12.20 uur en van 1.30-4 uur, telkens zonder pauze).
De lokalen moeten veel huiselijker en gezelliger worden. ledere leeraar dient ‘t cijfer te zeggen, dat hij voor een beurt of een werkstuk toekent; hij moet ook uitleggen hoe hij aan zijn eindcijfer is gekomen. Het beste is, heelemaal geen cijfer te geven.
De school moet openluchtklassen hebben. Vóór en tusschen de schooltijden moeten meisjes en jongens vrij met elkaar om kunnen gaan. (De toestand is nu zóó dat de meisjes in de wachtkamer blijven en de jongens buiten.)
Op zijn hoogst 3 rapporten per jaar. Er moet vrijheid van spelling zijn. (Sommigen wenschen volkomen anarchie op dit punt, anderen willen vrije keuze tusschen De Vries-Te Winkel en Kollewijn.)
De heele boel moet veranderd worden en de school omgezet in een Daltonschool. (De meesten bleken vrij goed te weten, hoe zoo’n school was ingericht.)
ledere klas moet een mentor hebben: een leeraar of een leerling.
Er moet een leerlingenraad worden ingesteld.
Ook een ouderraad.
Een leeraar moet niet telkens van klas wisselen; liefst een heelen ochtend één vak, afwisselend schriftelijk en mondeling.