Afgelopen week heb ik de regiobijeenkomst van Midden Nederland bijgewoond. Het regiobestuur had René Berends, Patrick Sins, een leerkracht en twee leerlingen uitgenodigd als forum om de dialoog over eigenaarschap met het publiek aan te gaan, een soort van college tour. Een prima gekozen onderwerp omdat nog steeds heel veel scholen moeite hebben met het versterken van het eigenaarschap van hun leerlingen. Uit eigen observatie heb ik dat de afgelopen maanden ook gesignaleerd bij verschillende visitaties.

Eigenaarschap klinkt statisch, je bent ergens eigenaar van en het is je bezit geworden of aanwezig in je toolbox om als gereedschap of verworven vaardigheid in te zetten.

Eigenaarschap binnen daltononderwijs geeft de ruimte en het proces aan waarbinnen je kennis, vaardigheden en gedragingen eigen kan maken. Dat eigen maken gaat soms gemakkelijk, soms kost het je veel moeite en oefening en je kan er ook achterkomen dat het niet haalbaar is om het je eigen te maken. Een olifant kan ook niet in de boom klimmen. Het is de opdracht aan elke daltonleerkracht om de leerling alle ruimte en tijd te geven om het proces van eigen maken aan te gaan aan de hand van het bioritme van de leerling. Je leert als je er klaar voor bent. Dat kan door het ontvangen van een duidelijke instructie, de kunst van afkijken of door samenwerking. De resultante hiervan is feitelijk “de hele dag dalton”, waarbij de leerling komt tot een door hem of haar gewenste invulling. Dit proces wordt alleen onderbroken door een gewenste instructie of door een groepsactiviteit. Gymmen of samen zingen bijvoorbeeld.

Zo zijn er leerlingen die optimaal kunnen werken door steeds korte sprints te maken, andere leerlingen zijn meer dieseltjes die langzaam op gang komen en daarna aan de gang blijven. Leer je leerlingen kennen en laat ze los. Maar dat is toch voor menig leerkracht eng en risicovol. “Leert mijn leerling dan wel?” Ja juist!! Als je teveel pampert leert de leerling niet zijn plas op te houden. Als je teveel aan de hand houdt, leert de leerling niet wat vallen en opstaan betekent. Als je teveel zorgt, krijgt de leerling te weinig adem. Wat ze zelf kunnen; hoef jij niet te doen. Hierdoor blijft er tijd over om leerlingen met specifieke behoeften extra te coachen. Leiden als het moet, begeleiden als het kan. En als je twijfelt, ga het reflectieve gesprek aan met je leerlingen.

Ik heb de afgelopen maanden ook weer mogen ervaren dat het eigen maken van leerstof of het ontwikkelen van vaardigheden een stuk makkelijker gaat als het doel duidelijk is en de verworvenheden praktisch toegepast kunnen worden. Je ziet daardoor zelfs ongewenst gedrag veranderen. Een leerling die ‘s morgens verplicht rekensommen maakt over inhoudsmaten en gewichten is er met zijn hoofd niet bij en vertoont storend gedrag naar de anderen in zijn groep. Diezelfde leerling is ‘s middags bij de kookworkshop zeer gemotiveerd om de juiste hoeveelheden te gebruiken om een lekkere pasta te maken. Hij is nu ook in staat om anderen te helpen. De leerkracht hoeft op geen enkele wijze deze leerling te corrigeren. Ik werd hier bijzonder blij van.

Willem Wagenaar
voorzitter NDV