De oorsprong en betekenis van de assignment (taak)

Over het fundament van het Dalton Plan en hoe de assignment als pedagogische vorm werkt

(Deel 3 in een reeks artikelen over de daltontaak)

Vera Otten-Binnerts*)  & Brigitte Witmus **)

Over het onderzoek

In april 2024 is een landelijk onderzoek gestart naar de huidige vormgeving van de Daltontaak in het Nederlandse primair en voortgezet onderwijs. Naar aanleiding van een open oproep deelden daltonscholen hun taken. In april 2024 is een zeer uitgebreide vragenlijst verstuurd naar meer dan 300 daltonscholen. Ongeveer 100 reacties van 75 basisscholen en 25 van scholen voor voortgezet onderwijs zijn daarop binnengekomen. De lijst werd vooral ingevuld door daltoncoördinatoren, leraren en directieleden. Het onderzoek was exploratief: “Welke onderdelen zijn zichtbaar in de taken zoals die op dit moment zijn vormgegeven?” Hiertoe hebben we gevraagd om één of meerdere exemplaren van de eigen daltontaak op te sturen en hebben we vragen gesteld om meer van de achtergronden en motivatie te kunnen begrijpen. De verzamelde taken hebben we voorgelegd aan leden van het lectoraat Vernieuwingsonderwijs. Ook is er een focusgroep samengesteld van daltononderwijsprofessionals. Voor dit onderzoek zijn bronnen bestudeerd naar de oorsprong, bedoeling en onderdelen van de daltontaak.

In de voorgaande twee artikelen in deze reeks over de daltontaak zagen we dat de daltontaak, zoals die vandaag de dag wordt gebruikt in het Nederlandse daltononderwijs, er vooral uitziet als een planningstaak. Binnen het daltononderwijs neemt de ‘taak’ een centrale plaats in, maar de manier waarop deze vandaag de dag wordt vormgegeven, verschilt wezenlijk van de oorspronkelijke invulling. Het begrip ‘taak’ is afgeleid van het Engelse ‘assignment’, een term die meer omvat dan de gangbare Nederlandse vertaling suggereert. Oorspronkelijk was de assignment niet alleen een overzicht van opdrachten, zoals we nu veel terugzien in het Nederlandse daltononderwijs, maar juist een doordachte uitgebreide opdracht waarin verschillende onderdelen samenkomen, opgebouwd vanuit een bredere context en ontworpen vanuit een heldere pedagogische visie. Daarom houden we de term ‘assignment’ aan in dit artikel en gebruiken we niet de term ‘taak’.

Hoe zagen de assignments eruit in de tijd van Helen Parkhurst? In dit artikel verkennen we de oorsprong, betekenis en inhoud van de assignment én waarom het zo'n prominente rol speelde binnen het Dalton Plan.

Een assignment geeft leerlingen overzicht van hun schoolwerk voor de verschillende vak- en vormingsgebieden. Ze laat zien wat leerlingen gaan leren, welke doelen centraal staan, welke werkwijzen worden verwacht en welke materialen en bronnen ze kunnen gebruiken. Inhoud, aanpak en organisatie zijn daarin met elkaar verbonden.

De oorspronkelijke assignment: meer dan een opdracht

De assignment vormt de kern van het Dalton Plan. Helen Parkhurst schreef zelf: "The Dalton Laboratory Plan hinges upon the assignments" (Parkhurst, geciteerd in Moretti, 1987, p. 1). Daarmee bedoelde ze dat het hele onderwijsconcept samenkomt in de manier waarop assignments worden ontworpen. Het draait namelijk niet alleen om het uitvoeren van opdrachten, maar om het leren denken en het nemen van verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces.

Parkhurst ontwikkelde het Dalton Plan vanuit de overtuiging dat ‘elke jonge ziel de gelegenheid kan vinden om het beste in zichzelf te gebruiken en tot uitdrukking te brengen’ (Parkhurst, 1926). Toen zij in haar onderwijspraktijk werd geconfronteerd met de beperkingen van het traditionele klassikale systeem, koos zij niet voor de gebaande paden. Waar velen in een vergelijkbare situatie zouden zijn weggelopen of simpelweg het bestaande onderwijsmodel hadden voortgezet, zocht Parkhurst naar creatieve en vernieuwende oplossingen. Gedreven door haar idealen en dromen over beter onderwijs, ontwikkelde zij een aanpak waarin leerlingen meer ruimte kregen om zelfstandig te werken en verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen ontwikkeling (Luke, z.j.b).

Binnen deze visie is de leraar niet alleen kennisoverdrager, maar ook ontwerper van een leeromgeving waarin leerlingen in hun eigen tempo kunnen werken en niet op elkaar hoeven wachten. Dit vraagt om het loslaten van het traditionele model waarin alle leerlingen tegelijkertijd hetzelfde doen, op dezelfde manier en in hetzelfde tempo (Luke, z.j.b). Voor Parkhurst ging het niet alleen om een andere didactiek, maar om een diepere visie op menselijke ontwikkeling en vorming. De assignments vormen hierin een essentieel instrument: zij maken het mogelijk dat leerlingen actief leren denken, keuzes maken en stap voor stap eigenaar worden van hun eigen leerproces.

De assignment als leerarrangement

Een assignment is veel meer dan een concrete taak of opdracht die een leerling moet uitvoeren. Het is een vorm, een structuur, die het leerproces organiseert en begeleidt (Moretti, 1987). Het is een doordacht geheel waarin doelen, werkwijzen en ondersteuning samenkomen en biedt de leerling houvast tijdens het werken. Een assignment hoort te functioneren als een 'assistent-leraar'. Daarmee bedoelt Parkhurst dat dit echt als een ondersteunend middel moet werken, zodat leerlingen zelfstandig met de assignment bezig kunnen, zonder dat ze daarbij de leraar nodig hebben. Parkhurst illustreert dit met een voorbeeld van een assignment wiskunde en welke aanwijzing de leraar daarbij kan geven:

'Als je klaar bent met de opgaven, kom dan naar me toe en ik zal de volgende stap uitleggen voordat je verdergaat.' Vervolgens legt Parkhurst uit: “Een leerling zal elke suggestie waarderen die zijn voortgang bevordert. We moeten het werk niet voor hem doen, maar het is wel nodig om hem te inspireren en af ​​en toe te helpen bij een moeilijk onderdeel. Het ideaal is om hem te laten voelen dat de leraar interesse heeft in zijn vooruitgang, zonder hem afhankelijk van de docent te maken. Het inbouwen van dergelijke ‘interest pockets’ in opdrachten zal een grote bijdrage leveren aan het bereiken van deze relatie.” (Parkhurst, 1922, hernieuwde versie 2025, p. 58-59).

De leerling wordt geprikkeld om te onderzoeken, kan zelfstandig aan het werk en hulp vragen wanneer hij/zij er niet uitkomt. De assignment biedt hiervoor richting, kaders en ondersteuning om opdrachten uit te voeren. De leraar biedt verdere ondersteuning waar nodig.

De assignment als onderdeel van een breder geheel

Bij Parkhurst vormen de assignment, het ‘laboratorium’ (zo noemde Parkhurst de werkruimte waar materialen te vinden zijn om aan assignments te werken) en de schoolgemeenschap één samenhangend geheel. De assignment staat dus nooit op zichzelf, maar krijgt betekenis binnen de omgeving waarin leerlingen werken en leren. In haar 'An Explanation of the Dalton Laboratory Plan' (1926) beschrijft Parkhurst hoe de school is ingericht met laboratoria in plaats van traditionele vaklokalen. Leerlingen bewegen zich daar vrij: ze zoeken materialen en leraren op, overleggen met medeleerlingen (ook met leerlingen uit andere leerjaren) of raadplegen de leraar wanneer nodig. De leraar heeft hierbij de rol van begeleid(st)er en gastheer/-vrouw; aanwezig en ondersteunend, maar niet sturend. Zo ontstaat een schoolgemeenschap waarin leerlingen actief deelnemen.

Centrale gedachte daarbij is dat leerlingen leren omgaan met hun eigen tijd. Ze werken met duidelijke kaders, zoals maand-assignments, week-assignments  en geschatte benodigde werktijd per onderdeel. Dit proces, dat Parkhurst aanduidt als 'budgetting time', helpt leerlingen hun tijd zelfstandig te plannen en te verdelen. Tijd wordt daarmee niet alleen een praktisch en organisatorisch middel, maar ook een belangrijk leerdoel: leerlingen leren verantwoordelijkheid te nemen voor de besteding van hun eigen tijd en werkproces. In de praktijk werd dit ondersteund met werkkaarten (job cards), drie uur labwerktijd per dag, twintig schooldagen per maand en in totaal zestig uur laboratoriumtijd per periode.

"No matter how well they do one subject, the whole task is not satisfactory unless all the parts fit in. The completed task is like a large building which will collapse if one girder is weak. The children seem to realize that each subject must come up to a certain standard if their month's work is to be a success" (Wiskundeleraar, geciteerd in Education on the Dalton Plan (1922, p. 157).

De assignment als 'job'

Leraren moeten ervoor zorgen dat assignments goed op elkaar aansluiten. Als iedere leraar zijn eigen opdrachten op een heel andere manier organiseert, raakt een leerling het overzicht kwijt. De leerling ziet dan niet meer hoe alles samenhangt en wat het uiteindelijke doel is. Daarom is het belangrijk dat de leerling de assignment als geheel kan overzien waarbij alle delen zo op elkaar zijn afgestemd dat het voor hem echt als één probleem lijkt. (Parkhurst, 1922). Vanuit die gedachte wilde Parkhurst (1922; 1926) het complete leerplan als geheel aan leerlingen aanbieden, in de vorm van een 'job', vergelijkbaar met een baan of een echte opdracht in de praktijk. Net als in het echte leven leren mensen in verschillend tempo en op verschillende niveaus, met ieder hun eigen kwaliteiten en talenten. Assignments moeten daarop afgestemd zijn (Parkhurst, 1926). Daarom ontwikkelde Parkhurst assignments op verschillende niveaus, waarbij rekening gehouden werd met de verschillen tussen kinderen, zowel in niveau als in tempo. Voor iedere groep leerlingen werd een minimum- en maximumcurriculum opgesteld, waarbij het werk aangeboden werd in de vorm van een ‘contract job’. Leerlingen namen daarmee verantwoordelijkheid voor hun eigen werk en werktempo (Parkhurst, 1922). Daarnaast werd rekening gehouden met verschillen in intelligentie en ontwikkeling tussen leerlingen van dezelfde leeftijd. De assignments bestonden uit drie niveaus:

  • Minimum assignment: gericht op essentiële basisstof en bedoeld voor leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben. Deze opdrachten mogen niet te zwaar of belastend zijn.
  • Medium assignment: voor leerlingen met een gemiddeld ontwikkelingsniveau.
  • Maximum assignment: bedoeld voor leerlingen die meer uitdaging aankonden.

Belangrijk daarbij is dat leerlingen niet vastzaten aan een bepaald niveau. Wanneer een leerling zich ontwikkelde kon hij of zij doorgroeien (Parkhurst, 1922). Parkhurst benadrukt in 1926 dat leerlingen niet worden vastgehouden als ze klaar zijn ("he is not held up, but takes on the next job immediately"). Om met de assignments aan de slag te kunnen, is een zekere mate van voorkennis noodzakelijk. De condities en de bedoeling van de assignments moeten daarom duidelijk zijn. Daarbinnen kan een opbouw zitten, zodat de leerling stapsgewijs ervaring opdoet en uiteindelijk de hele 'job' kan uitvoeren. Een assignment moet daarom betekenisvol zijn: leerlingen moeten het nut en de noodzaak ervan inzien (Berends et al., 2021).

De vrijheid die leerlingen in het Dalton Plan krijgen, maakt dat ze verantwoordelijkheid leren dragen voor de besteding van hun eigen tijd. "Kinderen hebben de neiging om de tijd van anderen te verspillen, maar nooit die van henzelf" (Parkhurst, 1926, p.6). Daarom maakt Helen Parkhurst de tijd vanaf het begin van de leerling zelf. Deze is zelf verantwoordelijk voor het eigen werk. Tegelijkertijd is het werk zo opgezet dat samenwerking vanzelfsprekend is: groepen en individuen zijn voortdurend met elkaar in interactie, en het is onmogelijk om "onafhankelijk van anderen te leven" (Dewey, 1916, geciteerd in Parkhurst, 1922). Dit is ook waarom het Dalton Plan uit twee kernprincipes bestaat: vrijheid (freedom) en samenwerking (interaction of grouplife / cooperation).

Van visie naar vorm: de onderdelen van een assignment

De assignment is een perfect didactisch hulpmiddel om concreet invulling te geven aan de principes freedom, interaction of group life en budgetting time.

De interest pocket: een uitnodiging tot leren

Een assignment begint altijd met een ‘preface’ om de leerlingen te prikkelen en voor te bereiden op wat komen gaat. Een preface moet altijd een ‘interest pocket’ zijn (Parkhurst, 1922). Dit is niet alleen een introductie aan het begin van de assignment, maar juist ook vooral bedoeld als helpende suggesties verspreid door de hele assignment. Het gaat om het opwekken van de interesse van de leerling. Het gaat Parkhurst vooral om de manier waarop opdrachten worden geformuleerd; niet ‘lees deze passage” maar juist “je zal deze passage behulpzaam vinden’.  Het doel is dus om hen te betrekken bij het onderwerp. Meestal wordt een vraag, een probleem of een herkenbare situatie geschetst die uitnodigt tot onderzoek. De voorbeelden van Parkhurst hieronder in tekstblok 1 laten zien hoe alledaagse verschijnselen verwondering kunnen opwekken en leren betekenisvol maken.

Voorbeelden van interest pockets
"Will an automobile start without an explosion of the gasoline?"“Kan een auto starten zonder explosie van de benzine?”
"What makes a screw go into wood?"“Waardoor draait een schroef in hout?”
"Why do we oil our bicycles?"“ Waarom oliën wij onze fietsen?”
"Have you never wondered about these things? Daily we notice things that happen all about us, but seldom do we stop to consider how they happen!"Heb je je dit soort dingen nooit afgevraagd? Elke dag zien we allerlei dingen om ons heen gebeuren, maar zelden staan we stil bij hoe ze eigenlijk gebeuren!”
"This month we are going to learn something about these common everyday happenings which are explained by certain fundamental laws in physics..."“Deze maand gaan we iets leren over deze alledaagse verschijnselen, die verklaard kunnen worden door enkele fundamentele natuurkundige wetten...”
Tekstblok 1 Enkele voorbeelden van interest pockets (Overgenomen uit Education on the Dalton Plan, 1922, p. 61-62).

Na een prikkelende en uitnodigende introductie wordt de assignment verder uitgewerkt in verschillende onderdelen. Parkhurst (1922) hanteert daarbij een aantal vaste elementen die samen het werk structureren.

Meerdere elementen van de assignment 

Allereerst wordt het onderwerp (topic) benoemd, zodat voor leerlingen duidelijk is waar het leren zich op richt. Vervolgens worden de opgaven of problemen (problems) beschreven. Dit kunnen uiteenlopende activiteiten zijn, zoals het maken van opdrachten, het uitvoeren van experimenten en onderzoeken of het uitwerken van vraagstukken.

De assignment bevat verschillende vormen van verwerking. Het schriftelijk werk (written work) verwijst naar opdrachten die leerlingen uitwerken op papier, vaak met een duidelijke inleverdatum. Het geheugenwerk (memory work) betreft leerstof die uit het hoofd geleerd moet worden, zoals regels, tafels of teksten. De titels bij problemen, schriftelijk werk en geheugenwerk hangen nauw met elkaar samen. Het probleem kan soms feitelijk geheugenwerk zijn, terwijl het geheugenwerk in andere gevallen een aanvulling kan zijn op het eigenlijke probleem.

Er worden conferences of mondelinge lessen in de assignment beschreven: momenten waarop leerlingen instructie krijgen of in gesprek gaan met de leraar. Om het werken te ondersteunen, worden in de assignment ook naslagwerken (references) opgenomen. Leerlingen krijgen aanwijzingen over welke bronnen zij kunnen gebruiken en hoe zij deze kunnen vinden. Ook maakt Parkhurst (1922; 1926) gebruik van equivalenten: een inschatting van de tijd die nodig is voor verschillende onderdelen, uitgedrukt in dagen werk. Op die manier leren leerlingen hun tijd plannen en verdelen. Leerlingen werken gedurende een periode van een aantal weken, een maand of langer aan een assignment.

Verder wordt in de assignment verwezen naar het bulletin study, het mededelingenbord in het vaklokaal waar aanvullende informatie of materialen te vinden zijn. Tot slot is er aandacht voor samenhang (departmental cuts): opdrachten kunnen vakoverstijgend zijn en voor meerdere leergebieden tegelijk meetellen.

In afbeelding 2 is een voorbeeld weergeven van een assignment voor History Grade IV, zoals door Parkhurst is opgenomen in Education on the Dalton Plan (1922). Het gaat hier om een assignment voor leerlingen in Grade IV op een Engelse Elementary School.

Afbeelding 2 Voorbeeld van een oorspronkelijke assignment History Grade IV.

Dit voorbeeld laat zien dat deze assignment in verbinding staat met andere vakgebieden en verdeeld is over meerdere weken. Bij ‘Departmental Cut’ staat dat het geschreven werk, na toestemming van de leraar, volstaat voor een week werk voor ‘English Composition’. Daarnaast laat dit voorbeeld ook duidelijk de rol van de leraar zien en de verwachtingen die er zijn voorafgaand aan het maken van deze assignment. Er wordt duidelijk omschreven waarover het o.a. gaat, wat de bedoeling is, welke materialen/bronnen ze kunnen raadplegen en hoeveel tijd het in beslag zal nemen. Ook staat er duidelijk bij wanneer er wat van de kinderen verwacht wordt en wat er zal gebeuren op een bepaald moment, zoals te lezen is bij ‘Bulletin Study and Conference’.

Tot slot: de assignment als onderdeel van ontwikkeling

De oorspronkelijke assignment laat zien dat het Dalton Plan niet draait om losse opdrachten, maar om een samenhangend en doordacht leerarrangement waarin leerlingen eigenaar worden van hun leerproces. Jackman (1920), directeur van een High School waar het Dalton Plan werd ingevoerd, onderscheidt vijf opvallende kenmerken, met de assignment bovenaan:

  1. Monthly assignments; maandopdrachten die het werk structuren
  2. Freedom of study; vrijheid in de keuze van aanpak en werkwijze
  3. Freedom of progress; werken in eigen tempo
  4. Individual instruction; begeleiding afgestemd op de individuele leerling
  5. Group creativeness; samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid

Volgens Jackman stimuleren deze vijf kenmerken zowel de individuele ontwikkeling als het sociale bewustzijn. Door de assignment krijgt de leerling een gevoel van eigenaarschap over zijn eigen tijd, inzet en ontwikkeling. "His education becomes his vocation" (Jackman, 1920, p. 694).

En zoals Evelyn Dewey al over de werking van het DaltonPlan in 1922 schreef ‘As long as man develops, his education must develop.’ zo zien we dat het daltononderwijs en de assignment zich ontwikkeld heeft vanuit de Verenigde Staten via Engeland naar Nederland. In een volgend artikel gaan we in op deze reis, de implementatie van de daltontaak in Nederland en hoe deze is doorontwikkeld.

Het is Helen Parkhurst die zelf aangeeft dat het Dalton Plan doorontwikkeld moet worden: “I would be the first to welcome criticism” (Luke, z.j.a). Deze quote geldt voor ons ook!

We lezen graag jullie mening en gedachten over assignments: Wat vinden jullie van de oorspronkelijke ideeën? En zijn er voorbeelden van deze oorspronkelijke assignments in ons huidige daltononderwijs die wij nog niet ontdekt hebben? Stuur alle ‘taken’ die lijken op de oorspronkelijke assignments naar ons op! In het kader hiernaast staan onze emailadressen.

Literatuur

Berends, R., Otten-Binnerts, V.M., van Slochteren, H-M. (2021). Dalton: L E F. Saxion Progressive Education University Press. (2021).

Berends, R. (2025). Voorwoord in: H. Parkhurst, Education on the Dalton Plan. New York: Dutton. (Hernieuwde versie 2025)

Dewey, E. (1922). The Dalton Laboratory Plan. New York: Dutton.

Nunn, T. P. (1922). Introduction. In H. Parkhurst (Ed.), Education on the Dalton plan (p. 11). University of London Press.

Jackman, E.D. (1920). The Dalton Laboratory Plan. The School Review, 28(9), 688–696. https://www.jstor.org/stable/1078611

Luke, D. (z.j.a). Champion of Children. Ongepubliceerd Typoscript.

Luke, D. (z.j.b). Oasis. Ongepubliceerd Typoscript.

Moretti, G. (1987). Assignment on the Assignment. Draft.

Parkhurst, H. (1922). Education on the Dalton Plan. New York: Dutton. (Hernieuwde versie 2025)

Parkhurst, H. (1923, November 26). The Dalton Laboratory Plan [Lecture].

Parkhurst, H. (1926, July 17). The Dalton plan. Times Educational Supplement, 585.

Parkhurst, H. (1926). An Explanation of the Dalton Laboratory Plan. New York: Dutton.

Sanders, L.J.M. (2007). Daltononderwijs en de taak à la Parkhurst. Daltonplan Educational Research & Development. URL:https://www.focusopdalton.nl/wp-content/uploads/2021/12/Sanders_2007_Daltononderwijs_en_de_taak_a_la_Parkhurst.pdf

*) Vera Otten-Binnerts is daltonopleider en onderzoeker bij het lectoraat Vernieuwend Onderwijs van Saxion Hogeschool.

**) Brigitte Witmus is psycholoog, decaan, opleidingsdocent en onderzoeker bij het lectoraat Vernieuwingsonderwijs van Thomas More Hogeschool. (b.witmus@thomasmorehs.nl).

Otten-Binnerts, V., Witmus, B. (2026). De oorsprong en betekenis van de assignment (taak). Over het fundament van het Dalton Plan en hoe de assignment als pedagogische vorm werkt. Deel 3 in een reeks artikelen over de daltontaak. DaltonVisie14(17).

Deze berichten in je inbox ontvangen?

Meld je aan voor de e-mailnieuwsbrief en ontvang elke maand een update.

Aanmelden e-mailnieuwsbrief


Ook interessant voor jou