Redelijkheid in effectiviteit en vertragen
Vera Otten-Binnerts, René Berends, Lida Klaver, Jaap de Brouwer, Symen van der Zee en Jory Tolkamp *)
Het onderwijs staat onder spanning. De maatschappelijke nadruk op versnelling, prestatie en efficiëntie leidt tot zorgen over de negatieve (neven)effecten ervan. Effectiviteit geldt steeds vaker als norm voor goed onderwijs; wat niet aantoonbaar bijdraagt aan leerwinst, raakt onder verdenking en wordt afgedaan als pretpedagogiek. Welbevinden, vertragen en algemene vorming staan onder druk. Leerlingen en leraren ervaren stress en mentale problemen (Bussemaker & Albeda, 2026). In dit krachtenveld groeit de vraag wat goed onderwijs eigenlijk is en welke waarden daarin leidend zouden moeten zijn. Hoe behouden we de redelijkheid in het streven naar efficiëntie en effectiviteit?
Binnen het traditionele vernieuwingsonderwijs (dalton, freinet, jenaplan, montessori en vrijeschool) wordt de school gezien als een pedagogische tussenruimte: een plaats waar kinderen leren leven met anderen, zich moreel oriënteren en geleidelijk hun verhouding tot zichzelf en de wereld ontwikkelen, door het opdoen van kennis, kunde en ervaringen. Deze vorming laat zich niet volledig afdwingen, versnellen of vastleggen in vooraf geformuleerde uitkomsten en processen. In de dagelijkse praktijk wordt gezocht naar ritmes die niet uitsluitend door effectiviteit en efficiëntie worden bepaald, maar door pedagogische betekenis; een weloverwogen keuze om balans te vinden in de pedagogische opdracht die traditionele vernieuwingsscholen zichzelf opleggen en om weerstand te bieden aan een eenzijdig tijdsregime. Maar het idee van de school als tussenruimte en het belang van vorming staan onder druk in een tijd waarin de roep om concrete, meetbare uitkomsten toeneemt. Vernieuwingsscholen proberen die ruimte voor vorming bewust te beschermen. Goed onderwijs gaat volgens de vernieuwers om het vinden van een gezonde balans tussen effectiviteit en verwijlen, tussen versnellen en vertragen.
De Staat van het Vernieuwingsonderwijs 2026
Hoe wordt hier in de praktijk tegenaan gekeken? In de Staat van het Vernieuwingsonderwijs 2026 rapporteert het Lectoraat Vernieuwend Onderwijs de resultaten op een vragenlijst over ‘vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëntie’. Van de 214 respondenten was 34% (72 respondenten) afkomstig uit het daltononderwijs. De resultaten laten zien dat de nadruk op effectiviteit en efficiëntie volgens de respondenten de afgelopen jaren is toegenomen. Ongeveer 80% van alle respondenten ervaart een (sterke) groei van deze druk, afkomstig vanuit de school zelf, het onderwijsveld en de maatschappij. Opvallend is dat deze druk ook uit de leraren zelf komt (61%), wat te maken kan hebben met een diepgewortelde cultuur waarin prestaties en verantwoording belangrijk zijn. Eén van de respondenten zegt hierover: “We racen maar door. Dat zit zo gebakken in onze cultuur”.
Opbrengstgericht werken wordt door een kwart van de respondenten genoemd als iets waar ze trots op zijn. Tegelijkertijd benoemen onderwijsprofessionals in het traditioneel vernieuwingsonderwijs kenmerkende aspecten van hun onderwijsconcept op de vraag waar ze trots op zijn: kindgericht werken (28%), een breed onderwijsaanbod (26%) en brede vorming (20%). Er lijkt een spanning te bestaan tussen meetbare prestaties en bredere ontwikkelingsdoelen. Veel respondenten geven aan dat de nadruk op effectiviteit soms ten koste gaat van tijd, ruimte en aandacht voor de brede ontwikkeling van leerlingen.
De resultaten tonen zodoende ook een zoektocht naar balans. Ongeveer de helft van alle respondenten geeft aan dat er een evenwicht is tussen presteren en vertragen/welzijn, terwijl anderen meer nadruk leggen op presteren (37%) of vertragen/welzijn (18%). De relatie tussen nadruk op effectiviteit/efficiëntie en het onderwijsconcept verschilt. Voor het ene onderwijsconcept is deze relatie meer positief, voor het andere meer negatief. Voor daltonianen geldt dat ongeveer een derde van de respondenten vindt dat de nadruk op effectiviteit/efficiëntie een negatieve invloed heeft op de uitvoering van het onderwijsconcept, terwijl zo’n 60% deze invloed juist als iets positiefs ziet. Een schoolleider ligt toe: “Effectiviteit is een daltonkernwaarde. We vinden het belangrijk dat kinderen leren hun tijd effectief te gebruiken. Vertragen kan heel effectief en helpend zijn. We willen dit dan ook niet als negatieve tegenhanger zien.”
Sinds 2012 is effectiviteit expliciet benoemd als kernwaarde binnen het daltononderwijs. Deze herwaardering vond plaats in een context waarin opbrengstgericht werken, toetsresultaten en internationale vergelijkingen het onderwijs sterk beïnvloedden. Het daltononderwijs positioneert zich hierin met een bredere interpretatie van effectiviteit.
Parkhursts ‘efficiency measure’
Al vroeg in haar loopbaan nam Helen Parkhurst (1886-1973) afstand van het traditionele onderwijsmodel. Zij bekritiseerde het rigide klassikale systeem, dat volgens haar eerder beperkend dan vormend werkte. Onderwijs moest volgens Parkhurst (1922/2024) geen gestandaardiseerd proces zijn, maar een levende sociale gemeenschap waarin leerlingen actief leren en verantwoordelijkheid dragen. Haar voorstel voor een ‘reconstructie van schoolprocedures’ kreeg vorm in het Dalton Plan, waarin de principes ‘freedom’ en ‘interaction of grouplife’ centraal stonden. Door leerlingen te laten werken met taken (‘assignments’), hun tijd zelf te laten plannen én hen te laten leren in betekenisvolle contexten, wilde zij onderwijs effectiever maken. Opvallend is dat zij haar benadering zelf typeerde als een ‘efficiency measure’, passend binnen de bredere maatschappelijke aandacht voor efficiëntie in het begin van de twintigste eeuw.
Tegelijkertijd week Parkhurst fundamenteel af van het destijds opkomende denken in standaardisatie en ‘scientific management’. Waar in andere sectoren werd gezocht naar uniforme, bewezen effectieve werkwijzen, benadrukte zij juist het belang van professionele ruimte. Effectiviteit ontstaat volgens haar niet door het opleggen van vaste methoden, maar door leraren en leerlingen gezamenlijk verantwoordelijk te maken voor het leerproces (Parkhurst, 1922/2024).
In de huidige praktijk krijgt de kernwaarde effectiviteit vorm door voortdurend de verbinding te leggen tussen visie, doelen en handelen. Effectiviteit betekent dat scholen bewust kiezen waaraan zij werken en waarom, en dat zij hun onderwijs zo inrichten dat leerlingen actief betrokken zijn, zicht krijgen in hun eigen leerproces en zo meer eigenaar zijn van hun eigen ontwikkeling. Dit vraagt om een onderzoekende houding van leraren, die samen met leerlingen monitoren en reflecteren op voortgang en keuzes.
Effectiviteit is daarmee niet alleen meetbaar in cijfers, maar vooral zichtbaar in de houding en rol van zowel de leraar als de leerling, de kwaliteit van het leerproces én de ontwikkeling van leerlingen.
Effectief onderwijs of effectief leren? De zoektocht naar balans
Voor het daltononderwijs bevestigen de resultaten uit de vragenlijst het belang van een brede invulling van effectiviteit. Hoewel ook daltonscholen de toenemende druk op opbrengsten ervaren, wordt effectiviteit niet uitsluitend gezien in termen van meetbare resultaten. Binnen het daltononderwijs vormt effectiviteit, in samenhang met doelmatigheid, een kernwaarde die onlosmakelijk verbonden is met de andere vier daltonkernwaarden: zelfstandigheid, vrijheid en verantwoordelijkheid, samenwerken en reflectie. Effectief onderwijs betekent binnen deze visie niet alleen het behalen van goede resultaten. Het richt zich juist op het realiseren van betekenisvol leren en het stimuleren van brede persoonsvorming, waarbij leerlingen zich ontwikkelen tot zelfstandige en verantwoordelijke burgers.
De spanning tussen presteren en welzijn vraagt binnen het daltononderwijs om bewuste keuzes. Scholen zoeken naar manieren om recht te doen aan beide, bijvoorbeeld door leerlingen eigenaarschap te geven over hun leerproces en hen actief te betrekken bij het monitoren van doelen en hen keuzes te geven over wat, hoe en wanneer te oefenen. Daarmee sluit de huidige praktijk aan bij de oorspronkelijke ideeën van Helen Parkhurst: effectiviteit ontstaat niet door externe druk of standaardisatie, maar door het creëren van krachtige leeromgevingen waarin leerlingen verantwoordelijkheid leren nemen.
Een schoolleider (basisonderwijs) verwoordt het in het onderzoek treffend: “Het Daltonconcept en haar kernwaarden zijn de fundering van onze school en de keuzes die wij maken. Dalton staat voor samen leren, van en met elkaar, om op te groeien tot maatschappelijk betrokken individuen in de brede zin van het woord, niet enkel op het toetsbare taal- en rekenvlak.”
Literatuur
Bussemaker, J. & Albeda, Y. (2026). Naar meer ontspannen onderwijs voor leerling en leraar. In Lectoraat Vernieuwend Onderwijs (Red.), De staat van het vernieuwingsonderwijs 2026: Vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëntie (pp. 4-9). Saxion Progressive Education University Press. https://doi.org/10.5281/zenodo.18173539
Lectoraat Vernieuwend Onderwijs. (2026). De staat van het vernieuwingsonderwijs 2026: Vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëntie. Saxion Progressive Education University Press. https://doi.org/10.5281/zenodo.18173539
Parkhurst, H. (2025). Education on the Dalton Plan. Leonon. https://leonon.nl/book/CUST9789491480539-education-on-the-dalton-plan.html (origineel werk gepubliceerd in 1922)
Leestips:
- In de staat van het vernieuwingsonderwijs 2026 staan veel quotes en praktijkverhalen, onder andere over het daltononderwijs. Zo ook het verhaal over ‘geluk als fundament voor het leren in het daltononderwijs’ van Ellen Aarts-de Graaf, leidinggevende van daltonschool de Vijfster en bestuurslid bij de Nederlandse Dalton Vereniging.
- De hernieuwde uitgave van Education on the Dalton Plan, met voorwoord van Elvira van den Hoek (voorzitter Nederlandse Dalton Vereniging) en inleiding van René Berends. Nunn gaat in de Introductie in op de effectiviteit van het ‘Dalton Laboratory Plan’. Vervolgens komt de term efficiency in elk hoofdstuk terug. Vanuit deze term in combinatie met de bedoeling van het Dalton Plan zijn vooral de eerste drie hoofdstukken interessant om door te nemen: Chapter I The inception of the Dalton Plan, Chapter II The Plan in Principle én Chapter III The Plan in Practice.
*) Vera Otten-Binnerts, René Berends, Lida Klaver, Jaap de Brouwer, Symen van der Zee en Jory Tolkamp zijn onderzoekers van het lectoraat Vernieuwend Onderwijs van Saxion hogeschool.
Otten-Binnerts, V., Berends, R., Klaver, L., de Brouwer, J., van der Zee, S., & Tolkamp, J. (2026). Redelijkheid in effectiviteit en vertragen. DaltonVisie14(13).
Deze berichten in je inbox ontvangen?
Meld je aan voor de e-mailnieuwsbrief en ontvang elke maand een update.
Aanmelden e-mailnieuwsbrief