Samen bouwen aan zelfregulerend leren van leerlingen

Praktijk en onderzoek door het consortium MOZAIC

Verslag van het Daltoncafé van 19-1-2026

René Berends

Het Daltoncafé van 19 januari jl. ging over de vraag hoe een aantal teams van daltonscholen (po en vo) uit het consortium MOZAIC zichzelf hebben geprofessionaliseerd op het terrein van het zelfregulerend leren van hun leerlingen. De gekozen werkwijze is gebaseerd op inzichten uit het praktijkonderzoek van Patrick Sins, lector op Thomas More Hogeschool en op Hogeschool Rotterdam. Patrick zelf verzorgde de online-lezing. Er waren 55 deelnemers aan het café.

Patricks droom

Patrick begon zijn presentatie met een uitleg van een droom die hij als onderzoeker heeft. Onderzoeksgegevens moeten niet bij scholen over de schutting gegooid worden, vindt hij. Hij wil als onderzoeker niet alleen kennis genereren, maar er ook voor zorgen dat onderzoek in de praktijk landt en dat zo het gat tussen onderzoek en praktijk gedicht wordt. Om onderzoek en onderwijs samen te brengen, is het daarom nodig handen en voeten gegeven aan een soort ‘do-it-yourself’-bijscholing, waarbij teams inzichten uit onderzoek in hun eigen praktijk gaan gebruiken.

In dit geval stond het zelfsturend leren centraal. Er is daarover niet alleen een toolbox voor leerlingen ontwikkeld, maar ook een toolbox voor de docenten zelf waarmee ze ervoor kunnen zorgen dat leerlingen beter en meer leren en het zelfsturend leren bij leerlingen bewerkstelligd wordt.

Het mooie van het project was dat er niet alleen tools ontwikkeld zijn, maar ook dat deze in de praktijk in gebruik gekomen zijn en geëvalueerd zijn.

Zelfregulerend leren

Om uit te leggen wat zelfregulerend leren is, gebruikt Patrick de metafoor van de bergbeklimmer die een met tools gevulde rugzak heeft om zijn doel te bereiken. Zo is het ook met iemand die leert. Ook die is op weg naar een doel, zoals het verwerven van bepaalde kennis en/of vaardigheden, en daarvoor dient hij uiteindelijk dusdanig toegerust te zijn, dat hij dat leren zelf kan doen.

Een leerling die leert dient in een goedgevulde rugzak met vier typen gereedschappen te hebben. Het gaat daarbij allereerst om een aantal metacognitieve vaardigheden. Dat zijn de managers van het leerproces. Denk in dit verband aan: nadenken over welk doel nagestreefd wordt, een idee hebben over hoe dat doel bereikt kan worden en hoe de stappen daarnaar toe gepland moeten worden. Leerlingen moeten beseffen welke taakjes daarvoor volbracht moeten worden en ook weten hoeveel tijd hij daarvoor heeft en daarvoor nodig heeft. Het gaat verder ook om het monitoren van de voortgang: het kunnen checken of je nog wel begrijpt wat het doel is, het kunnen inschatten of je op de goede weg bent en dat je nadenkt over de vraag of het doel en/of het plan bijgesteld moet worden.

De tweede tool betreft de cognitie. Daarbij gaat het om de strategieën die je gebruikt om ervoor te zorgen dat je informatie opslaat als eigen kennis. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: het organiseren van de leerstof, nadenken over wat je al over een onderwerp weet (voorkennis activeren), dat je jezelf vragen stelt, dat je samenvattingen maakt en dat je wat je geleerd hebt, herhaalt.

Motivatie is de derde benodigde toolkit in de gereedschapskist van iemand die leert. Motivatie is de motor voor het leren. Het gaat daarbij om alle skills die je nodig hebt om überhaupt gemotiveerd te zijn om te leren en om gemotiveerd te blijven. Dat vraagt de vaardigheid om jezelf te motiveren, om zelfvertrouwen, taakmotivatie en bijvoorbeeld ook om jezelf te belonen.

Tot slot is er het gedrag. Wat moet je bijvoorbeeld doen als je het even niet weet en hoe vraag je dan om hulp? Het gaat ook om het kiezen van de beste omgeving om te leren en wat je kunt doen om niet afgeleid te worden.

Het wast een berg en kost een beetje

Er is wel eens een ‘impact raiting’ gemaakt van interventies die je in het onderwijs kan doen, waarbij naar de kosten, de evidentie en de geschatte leerwinst van die interventies is gekeken. Metacognitie en zelfregulatie komen dan als een topper naar boven. “Het is een beetje als Witte Reus,” stelt Patrick. “Het wast een berg en kost een beetje!” Zelfsturing vraagt relatief weinig (financiële) investering, de evidentie is hoog en het levert een leerwinst op van om en nabij de acht maanden.

Aandacht voor zelfsturing helpt dus bij het vullen van de rugzak. Bovendien zorgen goedgevulde rugzakken ervoor dat kinderen het beter doen op school en met meer motivatie werken; ze raken erdoor beter toegerust om meer en beter te leren.

De meest gebruikte strategieën zijn de meest slechte

Vervolgens liet Patrick de aanwezigen tijdens een interactief moment in de presentatie via menti.com kiezen wat zij de meest slechte leerstrategie ooit vonden. In het staatje hieronder zijn de scores van de deelnemers op deze vraag terug te zien.

Wat opvalt, is dat de meest slechte cognitieve strategieën in de dagelijkse praktijk ook de meest voorkomende strategieën zijn. Het zijn bovendien de strategieën die leerlingen zelf het vaakst zeggen te gebruiken.

De Amerikaanse onderzoeker Bjork helpt ons bij de beantwoording van de vraag wat dan wel goede strategieën zijn. Hij hanteert de stelregel dat goede strategieën die strategieën zijn, waarmee je het jezelf even moeilijk maakt. Je moet het jezelf moeilijker maken om beter te worden. Dat is bij sporten zo, maar met leren dus net zo. Onderstrepen en markeren zijn dus de ‘easy way out’-strategieën, maar die helpen dus weinig om echt beter in leren te worden. Voorkennis activeren, samenvatten, schematiseren en jezelf toetsen zijn daarentegen strategieën die er wel aan bijdragen dat je leerstof beter opslaat.

Zelfregulerend leren kun je niet zelfregulerend leren

Effectieve leerstrategieën zijn dus de strategieën waarmee je het jezelf even moeilijk maakt en die moeten aangeleerd worden, want die verwerven veel kinderen niet van nature uit zichzelf.

Dat expliciet instrueren van die goede strategieën gebeurt echter nauwelijks. “Leraren kijken niet in de rugzak van de leerling, blijkt ook uit eigen observatieonderzoek zoals dat met i-Self gedaan is,” stelt Sins. Er is wel aandacht voor het ‘wat’ – de kennis an sich – die kinderen moeten leren, maar leerstrategieën gaan over het ‘hoe’ van het leren. En dat heeft met de vier tools te maken, die we besproken hebben: metacognitie, cognitie, motivatie en gedrag.

Bewijs voor de constatering dat we die tools niet aanleren, komt ook uit ander type onderzoek. Daarin is in het voortgezet onderwijs aan leerlingen van verschillende leerjaren en over verschillende jaren heen gevraagd in welke mate ze bepaalde aanpakken hanteren. Daaruit komt naar voren dat er geen ontwikkeling is. Er worden geen verschillen geconstateerd tussen leerjaren en geen verschillen over de leerjaren heen. Kinderen gaven niet aan dat ze over de tijd heen andere strategieën zijn gaan gebruiken. Als kinderen van de basisschool het voortgezet onderwijs binnenkomen, dan hebben ze een bepaalde set tools beschikbaar in hun gereedschapskist, maar die ontwikkelen zich niet verder en breiden zich niet verder uit.

Eigenlijk kun je dus concluderen dat als we leerlingen laten leren, we ze in het diepe gooien. En dat gebeurt omdat leraren het idee hebben dat leren wel vanzelf gebeurt, dat kinderen dat al kunnen en  dat ze leerstrategieën vanzelf verwerven. Er wordt met andere woorden heel veel inhoud verondersteld, zonder dat er in de rugzak van de leerlingen wordt gekeken. Als we leerlingen zeggen te gaan leren, zeggen we eigenlijk dat ze dat vooral zelf moeten gaan doen. het is waar dat sommige leerlingen dat dan nog goed oppakken, maar voor velen geldt dat dus niet.

Het ondertitelen van het leren

Veel kinderen hebben er baat bij dat ze de tools voor het leren expliciet aangeleerd krijgen. Leraren moeten hen als het ware het leren ondertitelen; dus niet alleen aandacht schenken aan wat er geleerd moet worden, maar ook aan hoe dat geleerd moet worden en waarom dat op die manier handig is. We moeten als leraren de leerlingen dus vertellen dat als ze voor de toets gaan leren of een tekst gaan lezen, dat het dan bijvoorbeeld handig is om voorkennis te activeren. En dat moeten docenten dan ook expliciet voordoen en uitleggen waarom dat handig is. Zo vul je de rugzak van de leerlingen, als die strategieën expliciet geïnstrueerd worden en als je zo het leerproces voor leerlingen ‘ondertiteld’.

De ‘WoW Wat Handig’-regel

De leraar is dus nodig om de leerlingen te laten leren. Leren doen leerlingen wel zelf, dat kunnen we niet voor hen doen, maar de strategieën voor het leren moeten aangeleerd worden. De ‘WoW Wat Handig’-regel laat zien dat je het wat, wanneer, waarom en hoe van een strategie uitlegt.

Zo kun je bijvoorbeeld de strategie ‘voorkennis activeren’ uitleggen als het ‘aanzetten’ van het brein. Dat moet dan benoemd worden. Als dat niet gebeurt en je vraagt als docent bijvoorbeeld: “Wat weet je van…?”, dan denken leerlingen: geen idee…, ik word overhoord … en geven ze maar snel als antwoord: Ik zou het niet weten. En als dan een goede leerling in de klas wel een goed antwoord geeft, dan denkt de leraar al snel dat iedereen het dus wel zal weten. Hij denkt dan: ik heb de vraag gesteld en een antwoord gekregen. Dus kan ik door met mijn les.

Maar er is voor de leerlingen niet ondertiteld wat het betekent dat je hun voorkennis probeerde te activeren. Er moet uitgelegd worden dat je door die vraag naar hun voorkennis te stellen hun brein aanzet en dat dat een goede strategie is om met het leren te beginnen. Het helpt leerlingen als zij weten waarom je als docent die vraag eigenlijk stelt. Je moet dus uitleggen dat als je de vraag krijgt ‘wat weet je er al van’, dat het dan gaat om het activeren van voorkennis, dat je daarmee het brein aanzet en als het ware in je hoofd een web spant met kennis over een thema, waar je straks nieuwe kennis aan toe kunt voegen.

Deze ‘hoe’-vraag is misschien wel de lastigste. Daarmee ondertitel je het leren en doe je als het ware voor hoe je de strategie gebruikt. Dan vertel je bijvoorbeeld dat je een tekst gaat lezen over de Romeinen, dat je daarvoor eerst je voorkennis activeert en bij het lezen alvast een tijdlijn gaat maken, waarbij je ook uitlegt waarom je dat doet. Je leeft als het ware zo voor hoe je een strategie toepast en waarom je die inzet.

De regel is dus: eerst de leerstrategie te benoemen, vertellen waarom het handig is om die te gebruiken, vertellen wanneer je hem kunt gebruiken (voor, tijdens of na het leren), vertellen waarom je juist deze en niet een andere gebruikt en tenslotte laat je zien hoe je de strategie kan gebruiken: je doet het voor, om zo te laten zien hoe het werkt. Patrick heeft vervolgens een clip vertoond waar deze regel nog eens wordt uitgelegd:

MOSAIC

Tot slot heeft Patrick uitgelegd hoe hij in het MOSAIC-project leraren heeft geholpen om deze wetenschappelijk praktijkkennis over zelfregulerend leren te vertalen naar hun eigen praktijk.

Het zijn natuurlijk vaak gehoorde opmerkingen van leraren: ze wisten vanmorgen niet meer wat ik ze gisteren verteld heb. Ze wisten vanmiddag zelfs niet meer wat ze vanmorgen geleerd hebben! Patrick benadert dat vergeten typisch menselijk is en bij leren hoort. Veel informatie gaat verloren of blijft achter in de klas. Maar dat kan wel verbeterd worden, als leraren meer aandacht hebben voor het waarom en het hoe van het leren. De ‘WoW Wat Handig’-regel is daarbij goed inzetbaar en zal tot verbeteringen leiden als die expliciet geïnstrueerd wordt en als leraren de toolbox van leerlingen vult, zodat leerlingen tot het inzicht komen: oh… dat leren, dat moet je zó doen!

In het project zijn leraren de strategieën uit de wetenschappelijke theorie gaan gebruiken en ze duurzaam gaan implementeren. Daarvoor zijn ze zelf gereedschappen gaan maken waarmee ze de leerlingen de leren-leren-tools zijn gaan aanleren. Het traject in de projectscholen werd dus een soort ‘do-it-yourself’-bijscholing. Maar liefst 25 verschillende eigen interventies werden er ontwikkeld. Ze werden uitgeprobeerd en geëvalueerd en verbeterd.

Er zijn bijvoorbeeld kennisclips gemaakt, posters voor in de klas, kletskaarten en pictogrammenkaarten met de stappen die gezet kunnen worden bij een bepaalde strategie. De zelfgemaakte tools zijn op de scholen met elkaar gedeeld, maar ook daarbuiten.

Samengevat ging het in het project met de scholen uit het consortium MOSAIC dus om teams van leraren die samen onderzoekend werkten, eigen onderzoek deden naar de eigen onderwijspraktijk, interventies ontwikkelden op basis van wetenschappelijke kennis over effectieve leerstrategieën. Die interventies werden getest in de praktijk en vervolgens met collega’s gedeeld.

Patrick Sins sloot af: “Het mooie van zo’n ‘do-it-yourself’-bijscholing is dat de werkwijze van samen onderzoekend werken teams hebben geholpen om ook na het project met deze werkwijze verder te gaan.”

Meer weten?

Op de site van de Hogeschool Rotterdam is het onderzoeks- en ontwerpproject verder uitgelegd:

https://www.hogeschoolrotterdam.nl/onderzoek/projecten-en-publicaties/talentontwikkeling/optimaliseren-leerprocessen/samen-bouwen-aan-zelfregulerend-leren

In het consortium is samen het boek geschreven:

Sins, P., c.s. (2025). Samen bouwen aan zelfregulerend leren van leerlingen. Rotterdam: Hogeschool Rotterdam.

Het boek is een publicatie van Kenniscentrum Talentontwikkeling en is als e-book gratis te downloaden:

https://objectstore.surf.nl/live/objectstore/7c5fcde6-27c2-41c1-b22f-73f5cd51278f/Sins-Samen-bouwen-aan-zelfregulerend-leren-van-leerlingen-v2.pdf?X-Amz-Content-Sha256=UNSIGNED-PAYLOAD&X-Amz-Algorithm=AWS4-HMAC-SHA256&X-Amz-Credential=8ea577ad65394dfeb2d62886e3056a36%2F20260120%2FNL%2Fs3%2Faws4_request&X-Amz-Date=20260120T163334Z&X-Amz-SignedHeaders=host&X-Amz-Expires=3600&X-Amz-Signature=a3bb302cbb7830eda430a661af3d19e916db89aaa23c2b1d38fb80ef12fad15e

En als je Patrick Sins (nogmaals) op de daltonregiomiddag op woensdag 4 februari op IKC De Boomgaard in Amsterdam life wil ‘meemaken’, kun je je inschrijven:

https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLSeL5dwwPtKWO3avPii75Oxb7hyT5p8r9l2S8Wdz3Ia-GrPArw/viewform?usp=dialog

Het daltoncafé

De daltonvereniging organiseert al sinds 2020 periodiek een online-Daltoncafé. De organisatie ligt in handen van de bestuursleden Vera Otten-Binnerts, Marja Out. René Berends verzorgt steeds het verslag.

Bewaar de link naar het café op je computer. Die is altijd hetzelfde.

Het volgende Daltoncafé is op 1 april 2026. Dit café wordt gecombineerd met de Algemene Leden Vergadering van de NDV en zal online, maar ook fysiek gevolgd kunnen worden. De fysieke bijeenkomst wordt gehouden in Amersfoort. De presentatie zal gaan over ‘taal op z’n daltons’, met aandacht voor hoe we in het taalonderwijs op daltonscholen vorm en inhoud kunnen geven aan taalonderwijs dat èn voldoet aan onze daltonvisie, èn aan onze visie op taal, taal leren en taalverwerving, èn voldoet aan de nieuwe kerndoelen.

Daarna wordt het laatste daltoncafé van dit schooljaar gehouden op:

11 mei 2026

Berends, R. (2025). Samen bouwen aan zelfregulerend leren van leerlingen. Praktijk en onderzoek door het consortium MOZAIC. Verslag van het Daltoncafé van 19-1-2026. DaltonVisie14(3).

Deze berichten in je inbox ontvangen?

Meld je aan voor de e-mailnieuwsbrief en ontvang elke maand een update.

Aanmelden e-mailnieuwsbrief


Ook interessant voor jou