DE Nederlandse Daltontaak … bestaat die eigenlijk wel?

Brigitte Witmus en Vera Otten-Binnerts *)

Vraag een willekeurige daltonschool naar de daltontaak en de kans is groot dat je een uniek exemplaar krijgt aangereikt. Elke daltonschool lijkt zijn eigen invulling te geven aan het concept taak. Hoe kan dat? Bestaat er eigenlijk wel zoiets als dé Nederlandse daltontaak? En zo ja, waarom ziet deze er op elke school dan anders uit?

Om zicht te krijgen op de manier waarop de daltontaak in Nederland vorm krijgt, is een landelijk onderzoek opgezet door het lectoraat Vernieuwingsonderwijs van Patrick Sins (Thomas More Hogeschool), in samenwerking met het lectoraat Vernieuwend Onderwijs van Symen van der Zee (Saxion Hogeschool). Daarbij is voortgebouwd op eerder (onderzoeks)werk van René Berends. In april 2024 is een digitale vragenlijst verstuurd naar meer dan 300 daltonscholen. Daarop zijn zo’n 100 reacties gekomen van daltoncoördinatoren, directieleden en leraren van 75 scholen, hetgeen ruim 150 voorbeelden van taken opleverde, afkomstig van zowel primair als van voortgezet onderwijs. Het doel van deze vragenlijst was om inzicht te krijgen in hoe daltontaken in de onderwijspraktijk worden vormgegeven, ingezet en geëvalueerd. De vragenlijst bestond uit een combinatie van gesloten en open vragen over doelen, inhoud, didactische en organisatorische kenmerken van de taak, evenals reflectie, feedback, differentiatie en relatie met de eigen praktijk. De vragen waren gericht op professionals in het daltononderwijs en hadden vooral een beschrijvend en inventariserend karakter.

De hedendaagse Nederlandse daltontaak is geworteld in de ‘assignments’ van Parkhurst, die in hun oorspronkelijke vorm zowel een didactisch ontwerp waren als een middel voor klasorganisatie (Van der Ploeg, 2014). Op veel scholen lijkt vooral dat tweede element (het praktisch-organisatorische aspect) zichtbaar te zijn gebleven. De resultaten uit het onderzoek laten niet alleen variatie zien, maar vooral dat verschillende visies en bedoelingen meespelen bij het vormgeven van de daltontaak. Dit artikel verkent de Nederlandse praktijk. De vormen van daltontaken die naar voren zijn gekomen en hoe scholen bewust of onbewust betekenis geven aan het begrip ‘taak’ worden uiteengezet. Iedereen is van harte uitgenodigd om op dit artikel te reageren door daltontaken en ideeën te delen.

Dit artikel is de eerste in een serie artikelen waarin we de belangrijkste bevindingen uit ons onderzoek de revue laten passeren. Zo wordt ingegaan op de verschillende onderdelen en dimensies die in de verzamelde daltontaken zijn ontdekt. Ook wordt dieper ingegaan op het ‘waarom’ van de daltontaak, de historische achtergronden ervan, de onderwijsleerpsychologische mogelijkheden van de daltontaak, voorbeelden uit de praktijk en ideeën voor het ontwerpen van de daltontaak.

In dit artikel zijn drie vormen van daltontaken beschreven die tijdens het onderzoek in de verzamelde voorbeelden vooral naar voren zijn gekomen. Daarmee laten we zien welke vormen van de daltontaak vandaag de dag voornamelijk in het Nederlands daltononderwijs zijn terug te vinden.

Voorbeelden van daltontaken; welke vorm zet ik zelf in?

Voordat de vormen van taken die in het onderzoek naar voren zijn gekomen worden gepresenteerd, zijn hieronder eerst drie voorbeelden ter illustratie gegeven. Neem deze voorbeelden van daltontaken door en stel jezelf de vraag: Welke taak lijkt het meest op de taak, zoals ik die inzet in mijn eigen onderwijspraktijk?

Maandagochtend, groep 6 van basisschool De Klimop. Meester Mark deelt de nieuwe daltontaak uit: “Deze week is dit wat we gaan doen.” Hij houdt een blad omhoog en vertelt: “De verplichte instructies zie je staan; vandaag is dat rekenen, spelling, begrijpend lezen en project. Ook kun je de momenten zien dat je aan opdrachten kunt werken. Aan het einde van de week moet alles af zijn. Gebruik de kleur van de dag om te plannen.”

In dezelfde week, 50 kilometer verderop, krijgen de leerlingen van groep 6 van De Boomgaard deze daltontaak: “We werken verder aan het thema ‘onze omgeving’. Kies deze week drie uitdagingen uit het aanbod van 15 opdrachten. Bepaal wie jou kan helpen bij deze uitdagingen en wat je ervoor nodig hebt. Reflecteer dagelijks in je logboek op wat je geleerd hebt. Aan het einde van de week presenteer je jouw vorderingen aan een klasgenoot.” Juf Marieke loopt vervolgens rond om de kinderen te helpen bij het kiezen van de uitdagingen.

Ook op basisschool De Beek starten de leerlingen van groep 4 de week met een daltontaak. “Pak je doelenboekje en plan voor deze week.” De kinderen pakken een overzicht met instructies, doelen en materialen om de doelen te kunnen oefenen. “Denk na over welke instructies jij wilt volgen deze week om je doelen te oefenen. Is bij een doel geen instructie gepland? Schrijf dan je naam op het bord als je uitleg wilt en zet daar het doel erbij.” De kinderen plannen zelf wanneer ze welke instructies volgen. Vervolgens gaan ze aan het werk met hun daltontaak.

Verschillende vormen van taken

De in het onderzoek verzamelde daltontaken lijken vooral op het eerst gegeven voorbeeld. De overige twee voorbeelden zijn in mindere mate naar voren gekomen. Het kan zijn dat deze vormen niet als zijnde een ‘taak’ worden gezien, maar dat zijn het wel degelijk. Het zou kunnen dat deze taken op scholen bestaan naast of in plaats van de in het onderzoek verzamelde taken. Wellicht hebben de respondenten alleen de vorm die voor hen het meest voor de hand lag opgestuurd. Het kan zijn dat andere vormen van taken vaker voorkomen in de praktijk, maar dat deze (nog) niet zijn ingezonden, wellicht omdat die anders genoemd worden door de onderwijsprofessionals.

Zoals in de genoemde voorbeelden hierboven zijn in het onderzoek drie varianten naar voren gekomen die als volgt geclassificeerd zijn: de planningstaak, de thema- of projecttaak én de doelen- of oefentaak. De varianten worden niet altijd allemaal ‘taak’ genoemd door de onderwijsprofessionals, maar functioneren wél als taak (Dalton Opleiders Netwerk, 2024). In tabel 1 zijn de taakvarianten weergegeven met daarbij de voornaamste doelen en kenmerken.

Tabel 1
Overzicht van taakvarianten, doelen en kenmerken

VariantVoornaamste doelKenmerken  
PlanningstaakOverzicht bieden, leren plannen, werk organiserenLijst met opdrachten en bijbehorende tijden
Thema- of projecttaakBetekenis geven, motivatie bieden, vakintegratieVaak vakoverstijgend en gericht op één thema of domein
Doelentaak of oefentaakOefenen en automatiserenEén doel, meerdere manieren om te oefenen

In de rest van dit artikel wordt ingezoomd op deze drie vormen. Niet met de bedoeling om één variant als ‘juist’ te bestempelen, maar om te laten zien hoe vormgeving samenhangt met visie, kernwaarden en gekozen ontwikkelrichting van scholen.

1. Planningstaak: overzicht, planning en organisatie

    Van de drie dominante varianten die in het onderzoek naar voren zijn gekomen, is de planningstaak de meest voorkomende daltontaak (zie het eerste voorbeeld van De Klimop). Tijdens een landelijke scholingsdag van de visiteurs van de Nederlandse Dalton Vereniging (november 2025) bevestigden de visiteurs dit beeld. Zij geven aan dat zij deze variant ook het meest tegenkomen tijdens de cyclische visitaties op de daltonscholen. Met deze planningstaak heeft de leerling een overzicht met lessen, instructies en momenten voor zelfstandig werken. Leerlingen kleuren, plannen en strepen af op een formulier. De weektaak fungeert vooral als middel om te bepalen wat en wanneer (en met wie) er iets gedaan mag of moet worden. De praktijkvoorbeelden van deze vorm van taken laten zien hoe divers scholen hun keuzes maken in de uitwerking.

    Het is een vorm die goed aansluit bij de daltonkernwaarde zelfstandigheid, maar ook de andere kernwaarden komen in meer of mindere mate terug op de taak of in het onderwijs eromheen, zoals samenwerken en reflectie. Ongeveer 14 procent van de respondenten geeft aan dat deze variant van de taak ‘in ontwikkeling’ is. Hierover worden opmerkingen gemaakt dat ze de taak willen doorontwikkelen richting meer doelgericht en minder afvinkend werken, met aandacht voor eigenaarschap, groei en verantwoordelijkheid. “Onze ambitie is eigenaarschap — maar de huidige taak is nog vooral (een) overzicht”, aldus een respondent. “Er liggen nog uitdagingen bij: doelen, scheiden van taak en planning, eigenaarschap, lay-out en processtructuur”, noemt een andere respondent. Opmerkelijk is de opmerking: “We willen de taak zo inrichten dat hij alles omvat.” Maar wat is dan dat ‘alles’? Voor het ontwikkelen van de taak wordt verder de regiobijeenkomst met andere daltonscholen genoemd om inspiratie te halen voor verdere ontwikkeling.

    2. Thema- of projecttaak: betekenis, ontwerp en samenhang

    Een andere vorm van een daltontaak is de vorm die in het tweede voorbeeld wordt genoemd (de Boomgaard). Deze taak wordt ook wel ‘periodetaak’, ‘thema’ of ‘project’ genoemd. Leerlingen kiezen hierbij uitdagingen, zoeken bronnen, werken in groepjes en presenteren resultaten. De periode is langer, vaak één tot vier weken, en de verbinding met motivatie, onderzoekend leren en context is sterk. Op enkele scholen wordt met een combinatie van IPC of BLINK en dalton gewerkt; meerdere vakgebieden worden geïntegreerd, meestal zijn dat de zaakvakken met taal, spelling en begrijpend lezen, of ook andere vakken zoals beeldende vorming. De werkwijze kan lijken op hoekenwerk en op verhalend ontwerpen. Soms is er een projectboekje, andere keren is een wand vol onderzoeksuitkomsten te zien.

    Deze variant functioneert bijvoorbeeld als vorm voor betekenisvol leren, ruimte biedend voor inzet van ieders talenten en/of mogelijkheid voor de ontwerp- en onderzoekcyclus. De daltonkernwaarden als samenwerken, reflectie, keuzevrijheid en verantwoordelijkheid zijn vaak in de opzet te herkennen. In afbeeldingen 4 en 5 zijn voorbeelden van een thema- of projecttaak te zien. Een leerkracht van de Mariaschool te Wateringen legt uit: “Naast alle bovenbouwlokalen is er op onze school een leeg lokaal. We hebben in dit lege lokaal letterlijk een hoek ingericht voor het thema ‘supermarkt’, waar alle kinderen van de bovenbouw gebruik van kunnen maken. Buiten het lokaal hangen de openingstijden van de supermarkt. Zo weten de leerlingen wanneer zij in de hoek mogen werken.” Leerlingen werken op eigen niveau en tempo, maken keuzes, plannen taken en reflecteren op hun leerproces.

    3. Doelen- of oefentaak: oefening, automatisering, differentiatie en feedback

    Tot slot is er nog een laatste variant in het onderzoek naar voren gekomen: de doelen- of oefentaak (het voorbeeld van basisschool ‘de Beek’). Deze taak wordt soms aangeduid als ‘doelentaak’ maar kan ook als opdracht voorkomen op de overzichtstaak.

    Deze derde variant richt zich niet op planning (vorm 1) of betekenis (vorm 2), maar op beheersing van specifieke leerdoelen, gericht op automatiseren, leerstrategieën en inoefenen. De leerling kiest hoe hij oefent, registreert voortgang en reflecteert op de resultaten. Leerlingen kunnen dan vaak kiezen uit meerdere middelen om hiermee te oefenen tot het doel behaald is. De keuze zit bij deze vorm dan meer op de werkwijze om aan een specifiek vooraf bepaald doel te werken. Op sommige scholen is dat een keuzekast (bijvoorbeeld ingericht vanuit de ideeën van meervoudige intelligentie). Doelen kunnen dan bijvoorbeeld zijn: het oefenen van de tafels, het schrijven van woorden (spelling), of om het leestempo te verhogen. Hiervoor zijn dan verschillende middelen en materialen beschikbaar voor de leerling. Soms kunnen de leerlingen hun eigen voortgang bijhouden, bijvoorbeeld door scores bij te houden, zelftoetsen te doen, staafdiagrammen bij te houden, een doelenblad invullen, enz. Deze doelen- of oefentaak bakent vooral een leerlijn af met keuzes in hoe te oefenen. Een doelenkaart kan er bijvoorbeeld zijn voor het automatiseren van rekenen (verliefde harten, breuken, klokkijken etc.), het oefenen van spellingcategorieën, racelezen, of voor motoriek (schrijven, doelschieten, dribbelen, etc.).

    In afbeelding 6 is als voorbeeld de doelen- of oefentaak van de Mariaschool te Wateringen weergegeven, in de vorm van een hoek of atelier.

    Eén van de ontwerpsters van deze 'taak’ beschrijft hoe deze tafelhoek in drie weken steeds gerichter wordt ingezet: van vrij ontdekken naar meer sturing en modelleren. Ze merkt dat leerlingen het begrip van keersommen verdiepen. “Ze zijn heel innovatief en zien ‘keersommen’ in materialen die ik nog niet had bedacht.” Deze manier van werken hielp het begrip duidelijk vooruit, al wordt nog gezocht naar een manier om het tempo van werken verder te verhogen.

    Afbeelding 6: Voorbeeld van een doelen- of oefentaak van de Mariaschool waarbij kinderen de tafels konden oefenen op een door henzelf gekozen manier. In deze nis in de gang waren alle materialen verzameld.

    Wat willen we bereiken met de daltontaak?

    In de antwoorden die men gaf op de vragen in de landelijk uitgezette vragenlijst is gekeken naar de definities die gebruikt werden en naar de bedoeling van het inzetten van de desbetreffende daltontaak. De relatie tussen definitie en doel blijkt duidelijk. Scholen die de daltontaak definiëren als 'weektaak' of 'planmiddel' benadrukken vooral praktische doelen; plannen wordt door 93% van de respondenten genoemd, het geven van overzicht door 84% en effectief tijdgebruik door 69%. Scholen die hun taak definiëren als 'leerproces-instrument' of middel om eigenaarschap te stimuleren, noemen vaker ontwikkelingsdoelen zoals eigenaarschap, zelfsturing en executieve functies.

    In de definities die de respondenten zelf geven aan het fenomeen ‘daltontaak’ is te zien dat er vooral pedagogische en/of functionele woorden worden gebruikt, en minder inhoudelijke. Het meest frequent werd een definitie gegeven die neerkomt op: een overzicht van taken/doelen die leerlingen gedurende een periode zelfstandig (kunnen) inplannen. Daarnaast zijn er ook uitgebreidere definities, zoals: een instrument dat leerlingen eigenaar maakt van hun leerproces door hen te leren plannen, reflecteren en verantwoordelijkheid te nemen voor hun ontwikkeling. De spanning tussen deze twee definities verklaart veel van de diversiteit in gebruiksredenen en verschillen in vormgeving. Enkele voorbeelden van woorden en begrippen die gebruikt zijn bij het geven van een definitie, zijn weergegeven in afbeelding 7.

    Daarnaast is er een ontwikkelingsrichting kenbaar in de antwoorden van de respondenten: meerdere respondenten geven aan dat hun taak in ontwikkeling is. Daarbij lijken hun ambities (eigenaarschap, executieve functies) vooruit te lopen op de huidige definitie van hun daltontaak. De volgende drie redenen zijn voornamelijk genoemd om een taak in te zetten: 1. Zelfsturing/zelfstandigheid (97%), 2. Leren plannen (93%) en 3. Eigenaarschap (91%).

    De voorbeelden die vanuit de respondenten in dit artikel gegeven zijn, geven duidelijk aan dat de vraag niet uitsluitend moet zijn hóe de taak eruitziet, maar vooral: wat we ermee willen bereiken? Gaat het om: zelfsturing, overzicht, eigenaarschap, automatiseren, onderzoekend leren of…? Deze verschillen in doelen hebben duidelijk invloed op het ontwerp van de daltontaak en de uitvoering.

    Wat betekent dit nu voor het daltononderwijs?

    In dit eerste artikel is ingezoomd op drie vormen van de daltontaak: de planningstaak, de thema- of projecttaak én de doelen- of oefentaak. De doelstellingen van deze drie vormen verschillen van elkaar. Bovendien blijkt dat het begrip ‘de taak’ verschilt in definitie en uitwerking in de praktijk. Het lijkt erop dat de vorm (soms) de gewoonte volgt, maar niet altijd de visie.

    Dat betekent dat dé daltontaak (nog) niet bestaat. Waaruit de daltontaak wel bestaat, zijn bewuste (of onbewuste) keuzes die bepalen hoe leerlingen o.a. leren, plannen, kiezen, samenwerken en reflecteren. De ‘daltontaak’ is in ontwikkeling en vraagt om doorontwikkeling. Daarbij is het belangrijk te weten wat te beogen met de daltontaak en hoe dit vorm te geven in de daltononderwijspraktijk.

    Wil je reageren op dit artikel?

    Welke inzichten heeft dit artikel je nu gegeven? Welke vorm(en) gebruiken jullie? We zijn benieuwd naar de reacties.

    Jouw daltontaak toevoegen aan het onderzoek of reageren op dit artikel? Dat kan via mail (b.witmus@thomasmorehs.nl of v.m.otten@saxion.nl), óf via een reactie op de LinkedIn pagina De daltontaak.

    Tipje van de sluier…

    Er is veel onderzocht en te delen over de daltontaak. In een volgend artikel gaan we in op de verschillende dimensies die we in de 150 onderzochte taken hebben kunnen onderscheiden, zoals de mate van invloed op de planning, gerichtheid op individueel werk of op samenwerken, mogelijkheden tot differentiatie, mate van doel- of taakgerichtheid, wie er welke invloed heeft op de inhoud, of de taak vakoverstijgend is of juist niet, de mate van betekenisgeving en ruimte voor zelfmonitoring of reflectie. Houdt daarom dalton.nl in de gaten en/of de LinkedIn pagina De Daltontaak.

    Referenties

    Berends, R. & Sanders, L. (2014). Daltononderwijs in Nederland. De geschiedenis vanaf 1924. Saxion Dalton University Press.

    Berends, R. (2011). Helen Parkhurst: grondlegster van het daltononderwijs. Saxion Dalton University Press.

    Bokhorst, S. (1924). Individueel onderwijs en het Dalton-Plan. Nijgh & Van Ditmar’s Uitgevers-maatschappij, 1974.

    Dalton Netwerk Opleiders (2024). Alles hangt af van de taak. DaltonVisie, congresspecial 2024, jaargang 13, 37-40.

    Dewey, E. (1930). The Dalton Laboratory Plan (3e ed.). Dutton & Company.

    Jackman, E. (1920). The Dalton Plan. The School Review, 28(9), 688-696.

    Moretti, F. A. (1987). Assignment on the Assignment. Draft.

    Nunn, T.P. (1922). Introduction. In H. Parkhurst (Red.), Education on the Dalton Plan (pp. 11). University of London.

    Parkhurst, H. (1921a, 2 juli). The Dalton Plan I. Times Educational Supplement.

    Parkhurst, H. (1921b, 9 juli). The Dalton Plan II. Times Educational Supplement.

    Parkhurst, H. (1921c, 16 juli). The Dalton Plan III. Times Educational Supplement.

    Parkhurst, H. (1921d, 23 juli). The Dalton Plan IV. Times Educational Supplement.

    Parkhurst, H. (1921e, 30 juli). The Dalton Plan V. Times Educational Supplement.

    Parkhurst, H. (1921f, 6 augustus). The Dalton Plan VI. Times Educational Supplement.

    Parkhurst, H. (1922). Education on the Dalton Plan. G. Bell & Sons, Ltd. / E.P. Dutton and Company.

    Parkhurst, H. (1923, 26 november). The Dalton Laboratory Plan. Verslag van een lezing die Helen Parkhurst gehouden heeft voor The New York State Teachers Association in Albany.

    Parkhurst, H. (1926). An explanation of the Dalton Laboratory Plan. Dalton Association.

    Parkhurst, H. (1926, 17 juli). The Dalton Plan. The Times Educational Supplement 585.

    Parkhurst, H. (n.d.). Curriculum Mother Training. New York: Dalton Schools.

    Semel, S. (1992). The Dalton school. The transformation of a progressive school. American university studies Series XIV Education vol 34. Peter Lang Publishing inc.

    Semel, S. (2002). Helen Parkhurst and the Dalton school. In A. Sadovnik & S. Semel, Founding mothers and others (pp. 77-92). Palgrave.

    Semel, S., & Sadovnik, A. (1999). Schools of tomorrow, schools of today: What happened to progressive education. History of schools and schooling, Vol. 8. Peter Lang Publishing.

    Van der Ploeg, P. (2010). Dalton Plan: oorsprong en theorie van het daltononderwijs. Saxion Dalton University Press.

    Van der Ploeg, P (2014). Het Dalton Plan in Nederland en de ‘grammar of schooling’. Pedagogische Studiën91, 234 – 249.

    *) Brigitte Witmus is docent, daltonopleider (po en vo) en onderzoeker bij het lectoraat Vernieuwingsonderwijs van Thomas More Hogeschool.

    Vera Otten-Binnerts is daltonopleider en onderzoeker bij het lectoraat Vernieuwend Onderwijs van Saxion Hogeschool.

    Deze berichten in je inbox ontvangen?

    Meld je aan voor de e-mailnieuwsbrief en ontvang elke maand een update.

    Aanmelden e-mailnieuwsbrief


    Ook interessant voor jou