Waarover ik praat als ik over onderwijs praat
Boekbespreking
René Berends, 2026
In het nummer Anthem van het album The Future uit 1992 schrijft Leonard Cohen de tekst: “There is a crack in everything. That’s how the light gets in.” Cohen gebruikt de ‘crack’ (de scheur of barst) hier als metafoor voor menselijke imperfectie. Hij suggereert dat gebreken openingen bieden voor licht, inzicht, genade of vernieuwing. Het is een citaat dat bij de presentatie van het boek Waarover ik praat als ik over onderwijs praat van Maarten Stuifbergen op 2 oktober jl. centraal stond. Stuifbergen onderzoekt in het boek het lesgeven als pedagogische praktijk. In columns en beschouwingen kijkt hij naar wat er zich afspeelt in het alledaagse handelen van de leraar: de aandacht voor het kind, het vakmanschap om op het juiste moment de juiste les te geven. Het boek wil een pleidooi zijn voor onderwijs dat zich niet laat vangen in meetbaarheid en voor leraarschap niet als functie, maar als menselijke praktijk.
Iedereen is leraar; iedereen is leerling
Maarten Stuifbergen (1985) is werkzaam in het primair onderwijs als bestuurder, en was eerder leraar, schoolleider en opleider. Hij begon zijn loopbaan op een montessorischool in Den Haag, waar hij later directeur-bestuurder werd. Daarnaast was hij verbonden aan de lerarenopleidingen in Leiden en Den Haag. Hij deed onderzoek naar de professionele identiteit van het leraarschap. Dat resulteerde in twee documentaires: Iedereen is leraar (2017) en Iedereen is leerling (2022). Vanuit zijn ervaring in onderwijs en opleiding schrijft hij over pedagogiek, onderwijs en leiderschap.
Je Suis bovenbouw 1
Het eerste contactmoment van de dag is de handdruk. “Goedemorgen”. Aan de gezichten van kinderen valt veel informatie af te lezen die relevant is voor het verloop van de dag. Kleine oogjes, zenuwen voor de toets, ongekamde haren, een wiebeltand, bij papa of bij mama, een brede glimlach, als eerste binnen of een bedrukt gezicht.
Dit moment is goud waard en deze kans krijg je vandaag niet nog eens. Deze contactmomenten zijn extra memorabel wanneer zich iets ingrijpends heeft voorgedaan dat iedereen in z’n greep heeft.
Watersnood met grote gevolgen voor mens en dier of de gruwelijke moord op de leraar Samuel Paty. Kinderen komen binnen met een zeker gevoel van bedeesdheid. Dat gevoel kan ik mij nog goed herinneren van de ochtend van 8 januari 2015.
Op donderdagochtend 8 januari heerst er een overduidelijk gevoel van verwarring en verdriet. De stilte is ongemakkelijk en de verontwaardiging bij de kinderen is duidelijk voelbaar. Op de gang klinkt een steeds luider geroezemoes, kinderen raken met elkaar verstrikt in een hevig gesprek.
Een dag ervoor vindt de tragische aanslag plaats op het redactieadres van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in Parijs. “Erg hè, mees”, zegt Sjoerd zachtjes als hij mij een hand geeft. Hij loopt naar zijn tafel en deelt zijn nare gevoel met Kim. Kim heeft als een van de weinigen het nieuws niet meegekregen, maar andere kinderen zorgen er binnen een mum van tijd voor dat Kim is bijgepraat. De glimlach op haar gezicht bij binnenkomst maakt plaats voor een verbaasd gezicht. Intussen zijn bijna alle kinderen binnen en ontstaat er een vurig gesprek over de aanslag.
“Waarom doen mensen dit soort dingen, dat is toch niet normaal?” “Ze hadden kogelwerende vesten en een Kalasjnikov.” “Er is toch vrijheid van meningsuiting?”
Danielle zit in een hoek en heeft haar handen voor haar ogen.
“Meester, Danielle is verdrietig.” De associatie met de dood van haar kip zorgt voor tranen. Er staan direct vier kinderen om haar heen om haar een hart onder de riem te steken. De moeder van Marit heeft een cartoon gemaakt en op haar Facebook gezet. We bekijken de cartoon.
Matthijs heeft de voorpagina van de krant meegenomen en laat hem zien: “Mogen we die ophangen?”
Het gevoel bekruipt me opeens dat dit raakt aan de kern van het vak en de pedagogische opdracht die daarmee gepaard gaat. De ruimte die een leraar nu geeft, of inperkt is bepalend voor het verwerken van dit nieuws en de morele ontwikkeling van de groep. De tijd die je nu maakt, of nalaat vrij te maken, is van cruciaal belang voor het verdere verloop van de dag, de week en de rest van het schooljaar. Dit zijn zaken die het belang van de onderdelen van een vast lesrooster mijlenver overstijgen. Dit gaat over de wereld naar binnen halen, door de gordijnen te openen en met de hele groep naar buiten te kijken en te leren van wat er speelt in de maatschappij.
Of de protagonist nu Charlie Hebdo, Samuel Paty, Peter R. de Vries, George Floyd of iemand anders is, dit gaat niet over een gruwelijke aanslag, maar over het meest elementaire en kwetsbare recht dat we hebben; het recht op vrijheid van meningsuiting.
Dit vraagt niet iets van mij als leraar, maar van mij als persoon.
Opeens zie ik de voorpagina in het midden van het prikbord hangen. Sterre en Emma prikken er een vel wit papier boven: Je Suis Bovenbouw I.”
De dag is begonnen.
Het belang van pedagogische relaties in tijden van maakbaarheid
Het boek is een uitnodiging om opnieuw te kijken naar het beroep van leraar; niet als functie, maar als menselijke praktijk. De leraar is voor Maarten Stuifbergen leider; hij wil voor ieder kind op het juiste moment het goed doen. De leraar als iemand die jou ziet, een muts maakt voor je verjaardag, je de goede weg op stuurt, die jou rust en vertrouwen geeft als het thuis onrustig is of de leraar die voor leerlingen een oplossing bedenkt voor een ogenschijnlijk onoplosbaar probleem. Het is tussen klaslokaal en samenleving een zoektocht naar de betekenis van onderwijs voorbij de meetbaarheid en maakbaarheid.
Die zoektocht gaat, in de ogen van Stuifbergen, over de kern van het leraarschap: de kracht van het directe contact op het resultaat, op het levensgeluk van kinderen, op de wereld. Stuifbergen legt de focus op het laten horen van een stem die zwaar leunt op pedagogiek.
Praten over onderwijs gaat over de grotere vragen: over menswording, samenleven en de wereld die we doorgeven aan een volgende generatie. Daarbij is in het boek het vertrekpunt de leraar niet als uitvoerder van beleid, maar als persoon en professional die dagelijks handelt in een complexe werkelijkheid, vanuit een pedagogisch fundament: de school als oefenplaats voor het leven.
Waarover ik praat als ik over onderwijs praat, bevat naast de columns en reflecties van Stuifbergen zelf een aantal gastbijdragen van Vincent Bijlo, Laurentien van Oranje, Farid Tabarki, Izaak Dekker, Alexander Rinooy Kan, Lucelle Comvalius en Sultan Göksen.
Take-home-message: Als dat maar fout gaat
Tijdens de presentatie bij Hogeschool InHolland in Haarlem praatte lector Vernieuwingsonderwijs Patrick Sins de onderdelen van het programma aan elkaar. Hij stelde de vraag aan Maarten: “Wat is nu de ‘take-home-message’?” Stuifbergen antwoordde daarop te hopen dat leraren zelf nadenken over hun werk en dat zij hun reflecties vast blijven houden om van te leren: “Schrijf op wat er in de klas gebeurt, wat je vragen zijn, je twijfels over hoe je handelt, waar het schuurt. En pak die reflecties er regelmatig nog eens bij om er opnieuw over na te denken. Je leert juist door fouten en door frictie. ‘Als dat maar fout gaat’, is een basishouding bij het leren. En besef: “There is a crack in everything. That’s how the light gets in.”
Het boek Waarover ik praat als ik over onderwijs praat is uitgegeven door Leonon Progressive Education en onder meer te bestellen bij: https://leonon.nl/book/CUST9789492618894-waarover-ik-praat-als-ik-over-onderwijs-praat.html
De film Iedereen is leraar (2017) is terug te zien op: https://www.npodoc.nl/artikelen/iedereen-is-leraar.
Maarten Stuifbergen is ook te horen in een podcast van het NIVOZ: https://nivoz.nl/podcast/iedereen-is-leraar/
Berends, R. (2026). Waarover ik praat als ik over onderwijs praat. DaltonVisie14(23).
Deze berichten in je inbox ontvangen?
Meld je aan voor de e-mailnieuwsbrief en ontvang elke maand een update.
Aanmelden e-mailnieuwsbrief