De goede daltonschool. Kenmerk 4: de maatschappij in de school
In eerdere uitgaven van DaltonVisie zijn resultaten gepubliceerd van het onderzoek naar de goede daltonschool. De drie voorgaande artikelen beschreven hoe invulling gegeven wordt aan:
- Kenmerk 1: Duidelijke gedeelde visie met een heldere opbouw en samenhang van de daltonkernwaardenl
- Kenmerk 2: zichtbare daltonontwikkeling en reflectie op deze ontwikkeling, en:
- Kenmerk 3: Professionele houding & cultuur; eigenaarschap alle betrokkenen.
Dit keer staat kenmerk 4 centraal: Maatschappij in de school. Het gaat hier om de vraag hoe er in de daltonpraktijk hieraan invulling gegeven wordt. In dit artikel worden voorbeelden gegeven van dit vierde kenmerk. De informatie voor alle artikelen is verkregen via het analyseren van visitatieverslagen, het houden van interviews en door observaties die gehouden zijn op de betreffende daltonscholen.
Kenmerk 4: Maatschappij in de school
Bij de beschrijving van dit kenmerk wordt een aantal aspecten onderscheiden.
Met ‘de maatschappij in de school’ wordt door de meeste scholen de plek in de omgeving, de stad of het dorp bedoeld. Het gaat daarbij om de rol die de school of het kindcentrum heeft in de buurt waar de school/het kindcentrum staat (wijk, dorp of stad) en hoe die voor de kinderen betekenisvol kan zijn en hoe de kinderen betekenisvol voor die omgeving kan zijn. Er worden daarbij de volgende activiteiten genoemd:
- kerk- en schooldiensten,
- rondleidingen verzorgen in de school,
- activiteiten samen met de peuters en/of ouderen,
- bloemstukken maken en uitdelen bij de ouderen die in de buurt wonen van de school.
Daarbij wordt ook de onbevangenheid, openheid, betrokkenheid en het lef van kinderen genoemd; “Onze kinderen staan met een grote microfoon voor hun neus een gemeente toe te spreken van 300 man. Dat komt misschien wel door de open podia die we hebben of ons buitentheater”, aldus een daltoncoördinator.
Activiteiten zijn er onder andere op gericht de kinderen te leren een rol in de samenleving in te nemen en te laten ervaren hoe het is om voor anderen te zorgen, iets voor anderen te maken, en/of een grote groep toe te spreken. Zo leren ze van betekenis te zijn voor de mensen in hun omgeving.
Door meerdere scholen die meegedaan hebben aan dit onderzoek, wordt ook het belang aangegeven dat iedereen erbij hoort in de school of het kindcentrum. Door alle instellingen wordt beaamt dat alle kinderen welkom zijn op school, zo ook kinderen met een beperking. Bij deze laatste groep is het dan een kwestie om te kijken naar wat de kinderen wel kunnen en waar ze hulp bij nodig hebben. Als team moet je dat ook uitstralen, de verantwoordelijkheid nemen en kijken naar mogelijkheden in plaats van naar alle ‘beren op de weg’. Een directeur vertelt hierover: “Ik vind dat dit soort kinderen (een leerling met het syndroom van Down en een meisje met een visuele handicap) erbij horen. En dat je ook een verantwoordelijkheid hebt om ook voor deze kinderen de wereld mooi te maken. Ik kan nog steeds genieten van het feit dat *naam*, een man van 34 met het syndroom van Down, bij me komt en me vraagt: “Zou jij wel een jongen met het syndroom van Down als hulpje in je school willen hebben? Ik zei: “Ja.” Hij antwoordde vervolgens: “Meen je dat? Nu is hij van hulpje tot hulpconciërge geworden en loopt hij door de school als meester *naam* en wordt hij gerespecteerd en hoort er gewoon bij. Dat vind ik nou vanzelfsprekend. … Ik vind het alleen maar mooi dat *naam* bij wijze van met een unicorn, een roze unicorn, als jongetje op school komt en dat hij dat ook vanzelfsprekend vindt.”
Veiligheid in de groep/ school
Volgens de onderzochte scholen mogen kinderen hun eigen weg vinden, ruimte krijgen om te ontdekken wie zij zijn en wat zij belangrijk vinden. Hiervoor is een veilig school- en leefklimaat nodig. Scholen geven aan dat het wel een ontwikkeltraject is geweest om de kinderen ook daadwerkelijk de ruimte te geven om hun weg te laten vinden. Daar is volgens hen een ‘stukje’ acceptatie voor nodig en het besef dat iedereen uniek is en daarmee ook zichzelf mag en kan zijn op school. Het gaat dan om veiligheid in de groep, dat ze bij je durven komen met vragen, dat ze je dingen durven te vertellen, dat ze om zichzelf kunnen lachen en dat er wat zelfspot is. Dat zijn zaken die ertoe doen.
“Dat doe ik ook voor de groep en ook omdat ik dat gewoon lekker vind om mezelf te kunnen zijn. Ik vind het leuk en dan merk je dat kinderen ook die houding krijgen.” Zo’n houding spiegelt. “Ja, die zet zichzelf voor paal voor de groep van nou ja ik kan dat niet. Ik ben bijvoorbeeld gewoon heel slecht in muziek. Ik kan totaal niet zingen, maar doe het wel. Hartstikke vals natuurlijk. De kinderen hebben dan zoiets van: Oké, dus wat ik niet zo goed kan, dat kan ik toch best wel laten zien, want het geeft niks”, benoemt een daltoncoördinator. “Dat bewerkstellig je natuurlijk niet na één keer, maar als je jezelf steeds zo opstelt, dan gaan kinderen dat ook echt geen probleem vinden. Iets wat ik niet goed kan, mag ik best laten zien. Dat geeft niks.”
Op diverse manieren wordt de wereld in de school gehaald en het onderwijs daarop afgestemd. Dat gaat bijvoorbeeld door naar het Jeugdjournaal te kijken, het inzetten van de methode Nieuwsbegrip en door met kinderen het gesprek aan te gaan over het onderwerp. Daarmee wordt ingespeeld op de actualiteiten. Ook wordt op elke school uit het onderzoek gedebatteerd over onderwerpen uit de actualiteit, bijvoorbeeld als er een aardbeving is geweest en/of over het klimaat. Verder worden ouders, opa’s, oma’s en anderen ingeschakeld om over hun beroep te vertellen of over iets wat ze hebben meegemaakt, ervaren of gedaan.
Volgens de scholen hebben kinderen om goed te kunnen functioneren in de maatschappij inzicht nodig in wat ze leren en waarom ze dat leren. Daarbij horen ook dingen die je misschien niet leuk vindt, maar wel handig zijn voor later, zoals het leren van een andere taal. Een daltoncoördinator vertelt over een gesprek met een leerling: “Ik zei: Ik heb in een ander land gewoond en moest toen woordjes leren om die taal onder de knie te krijgen. Dat vond ik helemaal niet leuk, maar ik moest het wel doen.” ... Daar had hij (de leerling) ook moeite mee, waarbij je in het gesprek dan weer op de waarden uitkomt van doorzetten en volhouden! Dan is het van belang dat je hen dat laat inzien. Waarom iets belangrijk is en nuttig is om te leren. Je moet ze steeds het waarom laten weten: Waarom doe je iets? Wat is het nut?”
Verantwoordelijkheid dragen; voorbeelden bedrijf starten, musical verzorgen en monument adopteren
Bij het participeren in de samenleving hoort ook het leren dragen van een bepaalde mate van verantwoordelijkheid.
In de interviews werden daar twee voorbeelden bij genoemd.
Allereerst kwam in gesprek met een daltoncoördinator naar voren het opzetten van een bedrijf door leerlingen van een groep 8. Zij leerden verantwoordelijkheid te dragen en zelf voor dingen zorgen. “Wij starten altijd aan het begin van groep 8 met het opzetten van een bedrijf. Zo noemen we dat ook. Leerlingen krijgen dan een startkapitaal van € 100,- en daarmee organiseren wij ‘een 1000 lampionnen-avond’ met koffie en thee, pepernoten en gevulde koeken. Ze gaan naar de middelbare school in de buurt. Er is een groep die boterkoeken maakt. Een groep doet inkopen en gaat naar de supermarkt. Een andere groep houdt met een bedrijfsleider een praatje over waarom die een bedrijf is gestart. We organiseren ook altijd een grote kerstmarkt. Voor het werk dat daarvoor gedaan moet worden, solliciteren de leerlingen in het echt. Ze leren verantwoordelijkheid te dragen voor hun afdeling. Zo leren ze samenwerken, want het bedrijf opzetten is een groepsoverstijgende activiteit. De groepen 8 van de school worden door elkaar gegooid. Zo wordt het echt een project van de groepen 8 zelf.”
Een ander voorbeeld is het organiseren en opvoeren van de eindmusical in groep 8. Dit is een activiteit die de kinderen op twee daltonscholen uit het onderzoek, zelf regelen en waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn. “Ze krijgen een startkapitaaltje. Dat kapitaal moet natuurlijk groeien door wat ze allemaal doen en dat gebeurt ook. Met het uiteindelijke eindkapitaal – dat is echt serieus geld –, betalen ze het theater waar de eindmusical plaats zal vinden. Ook hier doen ze het voor zichzelf, om voor de groep iets extra's te kunnen doen wat eigenlijk niet binnen het schoolbudget past. Als de nood aan de man komt, kan de school uiteraard wel bijspringen, maar dat gaan we natuurlijk niet vooraf zeggen. Ze verdienen het zelf. Hoe trots ze dan zijn, als ze met de afscheidsmusical daar in dat theater staan! Nou, dit hebben we met elkaar toch mooi voor elkaar gekregen, dat we hier kunnen staan! En ja, dan is het ten eerste heel mooi om te zien dat kinderen dat zo ervaren en ik vind het ook goed om ze te laten ervaren dat niet alles altijd maar vanzelf gaat. Je moet werken voor je geld om iets gedaan te krijgen. Dat vind ik mooi om ze al op deze jonge leeftijd mee te geven. Het hebben van geld is in de samenleving geen vanzelfsprekendheid. Dat dat ook iets van jou vraagt en van de één iets meer dan van de ander, gezien de verschillende thuissituaties! Dat is ook een waardevol en bijzonder iets, wat we naadloos op kunnen hangen aan onze daltonvisie.”
Het zelf regelen van de musical gaat op een andere daltonschool nog iets verder. Daar schrijven de kinderen zelf het script, regelen ze zelf het decor, de materialen en de kleding. “Wat we bijvoorbeeld doen: bij de eindvoorstelling gaan ze zelf op zoek naar sponsors. We maken met z’n allen een plan. Kinderen werken in groepjes en dan is er dus een groepje dat voor de sponsors wil gaan zorgen. Zij hebben echt niet alleen als doel om zoveel mogelijk geld binnen te halen, maar ook om de omgeving mee te laten genieten van onze eindvoorstelling. Zo worden kinderen ervan bewust gemaakt dat je voor sommige dingen geld nodig hebt en dat dat geld niet zomaar ‘uit de lucht komt vallen’. Daarvoor maken we dan met hen een lijstje van hoe ga je naar iemand toe? Wat zeg je dan? Je kan niet binnenkomen bij een winkel en dan zeggen dat we € 100,- van hen willen. Kinderen denken daar zelf over na en zorgen daar zelf voor. We hebben vaak bij de eindvoorstelling wel een scherm, waar dan alle sponsors op staan. Dus moeten ze ervoor zorgen dat de logo’s, een slogan of iets dergelijks bijtijds verzameld worden. Dat soort dingen doen de kinderen bij ons elk jaar.”
Kinderen leren dat op deze school doordat de school een opbouw hanteert, waarbij kinderen vanaf groep 6 starten met het opvoeren van een bestaande musical. In groep 7 beginnen ze met het schrijven van een script voor een kleine, korte musical en in groep 8 volgt dan een uitgebreide musical.
Een ander voorbeeld van kinderen verantwoordelijkheid te leren dragen, is het als school adopteren van een oorlogsmonument. Elk jaar is er een ronde door de stad waarbij de monumenten worden gepresenteerd. Op deze school kiezen niet de leraren, maar de kinderen zelf welk monument er geadopteerd wordt. Vaak komt er dan ook iemand die iets vertelt over de Tweede Wereldoorlog en gaan alle scholen langs de monumenten. Daarbij zijn het vaak oudere vrijwilligers die bij zulke monumenten wat vertellen. Ook worden daar wel leraren voor gevraagd. Wij zetten er echter twee kinderen neer, die dat wel willen. Zij gaan eerst een soort presentatie maken, ook voor de klas. Dan moeten ze een verhaal hebben, dat ze buiten bij het betreffende monument ook kunnen vertellen.”
Nu is het aan jullie!
In dit artikel zijn de opbrengsten van kenmerk 4 uit het onderzoek naar ‘de goede daltonschool’ gepresenteerd. Nu is het de beurt aan jullie! Stel jezelf de vraag in hoeverre dit vierde kenmerk op jullie school/ kindcentrum aanwezig is. Hoe wordt daar invulling aan gegeven? Wat doen jullie aan kenmerk 4: de maatschappij in de school? De onderstaande vragen kunnen bij deze inventarisatie helpen.






Vera Otten-Binnerts (DaltonVisie jrg. 13, nr. 7-1)
Deze berichten in je inbox ontvangen?
Meld je aan voor de e-mailnieuwsbrief en ontvang elke maand een update.
Aanmelden e-mailnieuwsbrief