Vrijheid in het democratisch onderwijs

Else Lasschuit-Kranenburg *)

Daltononderwijs wil leerlingen uitdagen om zich te ontwikkelen tot ‘fearless human beings’ met een kritische, democratische grondhouding. Vrijheid en verantwoordelijkheid is daarbij een van de kernwaarden. Het is interessant om te kijken hoe deze waarden invulling krijgen in andere schoolconcepten. Wat kunnen we van elkaar leren en hoe kunnen we elkaar inspireren wat betreft het opvoeden van proactieve, democratische mensen?

In dit artikel kijken we naar democratisch onderwijs. Niet een van de traditionele vernieuwingsstromingen, maar wel een innovatief concept waarvan in Nederland een groeiend aantal scholen bestaat. Deze scholen zijn overigens rond dezelfde tijd ontstaan als de traditionele vernieuwingsbewegingen. Ik vertel hierover vanuit de theorie en vanuit mijn eigen ervaring als leerling van een democratische school.

Wat is democratisch onderwijs?

Democratisch onderwijs kent als uitgangspunten vrijheid en gelijkwaardigheid. Leerlingen hebben vrijheid om vorm te geven aan hun eigen activiteiten, doelen en leerproces. Dat doen ze vanuit gelijkwaardigheid aan elkaar als leerlingen (op sommige scholen studenten genoemd) en aan bij de school betrokken volwassenen. Besluitvorming verloopt gezamenlijk, veelal via een sociocratisch proces – daarover later meer. Het concept is (door)ontwikkeld vanuit de werken van onder anderen Dewey, Freire, Boeke, Fröbel en Korczak, met een focus op vrijheid, respect, democratische ontwikkeling en kinderrechten.

Op een democratische school tref je geen gescheiden groepen of een gang met traditionele lokalen aan. De leeromgeving bestaat uit allerlei functionele ruimtes. Denk aan een atelier, werkplaats, speelruimte, studieruimte en keuken. Leerlingen van alle leeftijden zijn daar zelfstandig of samen bezig met activiteiten, in een doelgericht, ontdekkend of spelend leerproces. Sommige democratische scholen bieden primair of voortgezet onderwijs, maar vaak ook allebei: leerlingen zijn dan welkom van 4 tot en met 21 jaar. Activiteiten kunnen georganiseerd worden aangeboden (bijvoorbeeld wiskunde, science-proeven, leren lassen, muziek maken, excursies, koken, sport, werken in de moestuin) of spontaan plaatsvinden; serendipiteit[i] is daarbij een belangrijk begrip, en vooral veel spelen. Iedere leerling maakt zelf de keuze aan welke activiteiten die wil deelnemen, of wat hij/zij zelf wil doen. Er zijn dus geen verplichte vakken of toetsen. Examen doen kan via staatsexamens, voor wie dat wil. Leerlingen hebben de vrijheid om hun eigen dag in te vullen, met hun motivatie en interesse als leidraad. Medewerkers bieden hierbij ondersteuning en inspiratie, in de vorm van gesprekken, het aanbieden van activiteiten en het ‘er zijn’. Vertrouwen in de authentieke ontwikkeling van ieder kind vormt de basis. De visie van democratische scholen is dat die ontwikkeling tot zijn recht komt in vrijheid, wanneer er ruimte is voor intrinsieke motivatie.

Er is dus veel vrijheid, maar vrijheid bestaat niet in een vacuüm. Jouw vrijheid raakt aan die van de ander. Daarom vindt vrijheid altijd plaats in verbondenheid. De school functioneert als een community. Iedere democratische school is anders, omdat die wordt gevormd door de leerlingen en medewerkers die er betrokken zijn. En bij verbondenheid hoort verantwoordelijkheid. Voor jezelf, en voor de fysieke en sociale leeromgeving: het inrichten, schoonhouden en het maken van afspraken met elkaar. Om als een community te kunnen blijven functioneren, zijn democratische scholen relatief kleinschalig, met maximaal ongeveer 150 leerlingen. Zo kun je elkaar blijven kennen en met elkaar in verbinding zijn als groep.

Wat is sociocratie?

Besluitvorming op sociocratische wijze is een kernprincipe van de meeste democratische scholen (sommige scholen werken via een meerderheidsbesluit). Met sociocratie kunnen gezamenlijk besluiten worden genomen vanuit gelijkwaardigheid, waarin iedereen gehoord wordt. Sociocratie is niet alleen voor democratische scholen. Het wordt ook gebruikt als besluitvormingsmethode in bedrijven, organisaties, activistengroepen en buurten. Besluiten worden genomen in zogeheten kringen. De schoolkring komt meestal wekelijks bijeen om ingebrachte voorstellen te bespreken en erover te besluiten. Iedereen kan een voorstel indienen door middel van een motie, en iedereen kan deelnemen aan de kring. Een motie kan over van alles gaan: een activiteit die je wilt organiseren waar je een ruimte of budget voor nodig hebt, een schoolregel toevoegen of veranderen, een nieuwe medewerker of leerling aannemen, enzovoorts.

De kring begint met een check-in: hoe zit iedereen erbij? Zo kun je in openheid beginnen en extra rekening houden met elkaar waar nodig. Iedereen komt aan het woord. Hierna kan de eerste motie behandeld worden. Dat begint met de beeldvormende ronde. Hierin licht de indiener de motie toe en mogen er vragen gesteld worden ter verduidelijking. Je houdt een vaste volgorde aan, zodat weer iedereen aan de beurt komt. Je onderbreekt elkaar niet en je mag niet in herhaling vallen. De gespreksleider van de kring leidt dit proces in goede banen. Als het voorstel duidelijk is, gaat de kring verder met de meningsvormende ronde. Iedereen kan argumenten inbrengen bij de motie, weer via de vaste volgorde, en er worden nieuwe rondes gehouden tot alles gezegd is. Tenslotte is er de besluitvormende ronde. Er wordt een besluit geformuleerd over de motie en iedereen reageert daarop met ‘consent’ of ‘niet consent’. Consent betekent ‘ik heb geen overwegend, beargumenteerd bezwaar’. Dat is dus niet hetzelfde als het ergens wel of niet mee eens zijn. Als je niet consent bent, is het aan jou om je overwegende, beargumenteerde bezwaar toe te lichten en kan er zo nodig een nieuw besluit geformuleerd worden, totdat iedereen consent is. Ook verkiezingen, voor bijvoorbeeld de gespreksleider, worden op sociocratische wijze gehouden met een consent-besluit.

Na verloop van tijd ontstaan er vanuit de schoolkring subkringen die gaan over specifieke onderwerpen, bijvoorbeeld de nieuwsbriefkring, de theaterkring, de financiële kring, et cetera. Leerlingen en medewerkers mogen zelf besluiten om wel of niet aan te sluiten bij een kring, op basis van interesse en betrokkenheid bij het onderwerp. Voor conflictsituaties is er de bemiddelingskring, waar alle betrokkenen hun beleving van de situatie delen en er samen gezocht wordt naar een oplossing.

Waar komt democratisch onderwijs vandaan en welke plaats heeft het in Nederland?

De oudste nog bestaande democratische school is Summerhill Boarding School in Engeland, opgericht in 1921. De school die de verdere verspreiding van het concept in een versnelling bracht is Sudbury Valley School in de Verenigde Staten, opgericht in 1968. Sommige democratische scholen noemen zichzelf daarom ook wel ‘Sudbury school’. Wereldwijd zijn er inmiddels naar schatting meer dan 1000 democratische scholen, in allerlei landen. Een exact aantal is lastig te noemen, omdat scholen verschillende namen gebruiken en de definitie van het concept niet vastomlijnd is. In Nederland is democratisch onderwijs relatief populair; hier zijn momenteel 15 democratische scholen. De oudste daarvan is De Ruimte in Soest, opgericht in 2003.

Democratische scholen maken gebruik van het ‘lichtere’ B3-kader van de onderwijsinspectie. Een B3-school ontvangt geen geld van de overheid, maar moet wel wettelijke onderwijseisen volgen zodat leerlingen er aan hun leerplicht kunnen voldoen. Het inspectiekader is erop ingericht om te toetsen of deze scholen die basiskwaliteit leveren. De bekostiging vindt plaats door ouders en donateurs, waarbij scholen zich inzetten om het schoolgeld zo betaalbaar mogelijk te houden. De realiteit is dat democratische scholen vaak ver onder de kostprijs werken en moeilijk aan betaalbare en passende huisvesting kunnen komen.

Mijn ervaring

Ik (Else) kwam zelf als tiener op een democratische school, aanvankelijk omdat daar de mogelijkheid was om versneld examen te doen via staatsexamens en ik zo snel mogelijk klaar wilde zijn met school. Ik paste niet binnen het traditionele systeem en liep tegen veel drempels aan in mijn schoolcarrière. Algauw kwam ik erachter dat op de democratische school veel meer te leren was dan alleen examenstof. Ik ben vier jaar blijven plakken en heb enorm veel geleerd over samenwerking, besluitvorming, vrijheid en verantwoordelijkheid en over mezelf.

Het sociocratisch vergaderen vond ik zelf eerst even wennen. Het kon soms naar mijn gevoel wat lang duren, omdat iedereen een inbreng heeft. Maar uiteindelijk brengt het veel helderheid, omdat alle argumenten aan bod komen. Het besluiten met consent zorgt er vervolgens voor dat het besluit echt gedragen wordt en dat maakt de uitvoering veel makkelijker. Daarnaast brengt de structuur heel veel rust. Iedereen komt aan het woord op een vaste volgorde. Daardoor heb je de vrijheid, en verantwoordelijkheid, om echt te luisteren naar de inbreng van de anderen, in plaats van dat je (bewust of onbewust) zit te zoeken naar een moment om je eigen mening te kunnen geven. Je hebt de tijd om even na te denken over je inbreng, je komt vanzelf aan de beurt. En misschien heeft degene voor je jouw argument inmiddels al gegeven, dan is het de kunst om slechts te zeggen: “Daar sluit ik me bij aan.” Het opdoen van ervaring als gespreksleider en als secretaris van meerdere kringen vond ik erg leuk en leerzaam.

Het leren omgaan met vrijheid en verantwoordelijkheid voor jezelf en je omgeving is wat mij betreft een essentieel onderdeel van het worden van een proactief, democratisch individu, maar ook een proces waarin je nooit uitgeleerd raakt. Hopelijk biedt deze bijdrage een boeiend inkijkje ‘over de schutting’ van democratisch onderwijs en een aanmoediging om vernieuwend onderwijs te blijven maken dat trouw is aan haar waarden!

Verder lezen?

Wil je meer weten over democratisch onderwijs? Bekijk dan eens:

*) Else Lasschuit-Kranenburg is onderzoeksstagiaire bij het lectoraat Vernieuwend Onderwijs van Saxion en is zelf vier jaar leerling geweest van een democratische school. Ze heeft vanuit haar persoonlijke ervaring speciale interesse in onderwijsinnovatie en doet hier graag onderzoek naar.

Met dank aan Jacqueline van Ewijk (DOE040) voor het meelezen en de foto's.

Lasschuit-Kranenburg, E. (2026). Vrijheid in het democratisch onderwijs. DaltonVisie14(25)


[i] Serendipiteit betekent: onverwachts iets waardevols vinden, terwijl je naar iets anders op zoek was.

Deze berichten in je inbox ontvangen?

Meld je aan voor de e-mailnieuwsbrief en ontvang elke maand een update.

Aanmelden e-mailnieuwsbrief


Ook interessant voor jou