140 jaar Parkhurst

René Berends

Het is dit jaar precies 140 jaar geleden dat Helen Parkhurst in Durand in Wisconsin geboren werd. Dat haar geboortedag (8 maart) tegenwoordig samenvalt met Internationale Vrouwendag, de dag die wereldwijd in het teken staat van strijdbaarheid en solidariteit van vrouwen, is volstrekt toevallig, maar daarom niet minder leuk.

Welke Parkhurst bedoelen wij precies als wij haar herdenken?

In het daltononderwijs herdenken we natuurlijk Helen Parkhurst als persoon en wat zij betekend heeft voor het onderwijs. Maar het is een interessante vraag welk gedachtegoed uit welke periode daarbij inhoudelijk voor ons het meest belangrijk is.

Onwillekeurig denken velen toch vooral aan de Parkhurst uit 1922 toen van haar het enige boek gepubliceerd werd dat zij over haar onderwijsfilosofie geschreven heeft. Maar er is ook nog de Parkhurst van voor 1922 toen haar ideeën zich gaandeweg ontwikkelden, de Parkhurst uit de periode daarna (1922-1942) toen haar ideeën op de school in New York verder vorm kregen, de school deelnam aan de Eight Years Study (1932-1940) en haar Dalton Plan zich internationaal verspreidde. En dan is er ook nog de Parkhurst uit de periode van na 1942. Ze had afscheid genomen van haar school in New York, waarna zij een nationaal bekende pedagoog werd die op radio en tv baanbrekend werk deed met haar interviews van kinderen om hen een stem in hun eigen leven te geven.

Het revitaliseren van het onderwijs

Parkhurst stelde dat er in het onderwijs van haar tijd veel mis was: “Het inzetten van fictieve en willekeurige autoriteit en de onveranderlijke regels en voorschriften zijn beperkend, niet educatief en fataal voor het idee van een school als een vitale, sociale eenheid” (Parkhurst, 1922). Daarom wilde ze het onderwijs revitaliseren. “Het Dalton Plan zou eraan bij kunnen dragen om het onderwijs nieuw leven in te blazen, door het tot een levend iets te maken dat in staat is de belangstelling van leerlingen voor hun werk te wekken en vast te houden” (Parkhurst, 1922). Ze zag kansen om het starre, frontaal klassikale werken te doorbreken (Luke, z.d. Oasis; Van der Ploeg, 2010).

Het Dalton Plan is dus niet vanaf ‘scratch’ ontwikkeld. Er was bestaand onderwijs en bestaande pedagogiek die stap voor stap gerevitaliseerd moesten worden. En voor die revitalisering heeft Parkhurst haar hele leven ideeën ontwikkeld en met die ideeën in haar praktijk geëxperimenteerd. Recent zijn daarover nieuwe bronnen ontdekt, waardoor een rijker beeld te schetsen is van Parkhursts gedachtegoed dan tot voor kort mogelijk was (zie onder meer: Otten-Binnerts & Berends, 2024).

Als we niet alleen stilstaan bij de Parkhurst van Education on the Dalton Plan, maar ‘alle Parkhursts’ samenvoegen, geeft de optelsom een rijk beeld van wat ontwikkelingen in haar ideeënwereld hebben opgeleverd. We doen Parkhurst dan ook tekort, als we ons bij het beschrijven van haar gedachtegoed beperken tot de bekende publicaties uit het begin van de jaren 20.

Die publicaties hebben overigens wel aan de basis gestaan van de wereldwijde doorbraak van het daltononderwijs en veel vormen van daltononderwijs in de wereld zijn op die publicaties gebouwd. De vroege publicaties zijn zeker niet verkeerd en nog steeds van grote waarde, maar het is van belang ‘het’ gedachtegoed van Parkhurst niet alleen op te hangen aan dit werk.

De Parkhurst van 1904-’05

Als Parkhurst in Waterville als onderwijzeres begint, gaat ze met de kinderen het gesprek aan hoe er een leuk schooljaar van gemaakt kan worden. Het leidt tot een eerste experimentele praktijk waarbij leerlingen het schoolwerk leren ervaren als hun eigen ‘job’, waaraan ze in vrijheid werken en waarvoor ze verantwoordelijkheid dragen. Parkhurst ontwikkelt ’assignments’ en schaft zoveel mogelijk de schoolbel en de ‘time table’ af, waardoor leerlingen langere, aaneengesloten perioden kunnen doorwerken en zelf hun tijd in kunnen delen. In de ‘subject corners’ helpen leerlingen elkaar en mag er samengewerkt worden. Zo wordt de basis gelegd voor de twee daltonprincipes ‘freedom’ en ‘interaction of group life’.

De Parkhurst van 1905-’09

Op de opleiding aan het Central Teacher’s College in Riverfalls verrijkt Parkhurst de in Waterville opgedane inzichten met een theoretische basis. Met name de ideeën over het ervaringsleren (‘life-like experiences’) van Emerson (1803-1882) maken indruk. “Ervaring is de beste en zelfs de enige echte leermeester,” schrijft ze later (Parkhurst, 1922). En ook ideeën van Swift (1860-1932) neemt ze over. Hij stelt: “Onderwijs past niet voor het leven” (geciteerd in Parkhurst, 1922). Het moet levensecht zijn en vorm en aanpak moeten afgestemd worden op de ontwikkeling van leerlingen.

De Parkhurst van 1910-’12

Swift brengt Parkhurst ook op het idee van de ‘laboratories’. In 1910 krijgt Parkhurst in Tacoma de kans om haar onderwijsideeën voor het eerst te realiseren op een meerklassige school. Waar ze eerder met vakhoeken (‘subject corners’) in een lokaal werkte, introduceert ze op de Edisonschool nu het werken met ‘laboratories’, die de sfeer uit moeten stralen van het vak dat gegeven wordt.

De Parkhurst van 1914-’19

Parkhurst wordt wel een leerling en volgeling van Maria Montessori genoemd (Gutek & Gutek, 2020), maar uit het voorgaande wordt wel duidelijk dat de periode waarin ze voor Montessori werkt eerder als een intermezzo in de ontwikkeling van haar eigen ideeën moet worden gezien. Van der Ploeg (2010) wijst erop dat Parkhursts eigen praktijk zich onafhankelijk van Montessori ontwikkelde, maar toen zij haar theorieën op papier zette, zij voor een deel wel de taal van Montessori is gaan gebruiken. Van der Ploeg (2010) vergelijkt Montessori en Parkhurst op drie cruciale punten: zelf werken, zelf kiezen en de rol van de docent. Daarbij moet bedacht worden dat Montessori zich in eerste instantie richtte op jonge kinderen en het Dalton Plan oorspronkelijk bestemd was voor leerlingen vanaf 9 jaar.

Parkhurst van 1919-’22

Als Parkhurst in 1919 haar eigen school sticht, komen daar alle ideeën die ze tot dan ontwikkeld heeft, samen en neemt ze de ruimte om haar basisprincipes (‘freedom’ en ‘interaction of group life’) als ook de drie grondideeën ‘house’, ‘assignment’ en ‘laboratory’ nader uit te werken. Op de Upway Field School, een school voor gehandicapte jongens in Pittsfield (Massachusetts) voegt ze aan haar ideeen het werken met ‘graphs’ toe. De grote niveauverschillen die tussen de leerlingen geconstateerd worden en de verschillende leersituaties die daarom gearrangeerd worden, vergen extra aandacht en expertise van de docenten om de vorderingen van de leerlingen bij te houden. Parkhurst ontwikkelt hiervoor een systeem met ‘graphs’, een grafische weergave in de vorm van tabellen, waarmee per leerling, klas en per vak vorderingen bijgehouden worden.

De Parkhurst van 1922-’42

Waar Parkhurst in 1922 nog schrijft dat bij het Dalton Plan elk curriculum toegepast kan worden (Parkhurst, 1922), zet ze daarna ook in op het vernieuwen van het curriculum. Als Parkhurst in 1932 met haar school deel gaat nemen aan The Eight Years Study, komt die curriculumvernieuwing zelfs in een stroomversnelling. Het gaat haar om het realiseren van een ‘programs of study’, waarbij het curriculum en de taak als werkwijze gehanteerd worden om leerlingen te activeren en om ze eigenaar te laten zijn van hun eigen leren (Parkhurst, 1929). Van der Ploeg (2015) vat de curriculuminnovatie als volgt samen: “Er werden verschillende maten en vormen van leerling- en probleemgestuurd onderwijsleren uitgeprobeerd. De inhoud werd geïntegreerd, waarbij voor elk schooljaar een centraal thema gekozen werd. De inhoud (thema’s, lesstof), begeleiding en organisatie werden afgestemd op de ‘needs’ en de belangstelling van de leerlingen. De leeromgevingen werden verrijkt en gedifferentieerd: bijvoorbeeld met drama (toneelstukken, decors en eigen rekwisieten bouwen), trips (buitenschoolse verkenning van problemen in de metropool) en publicaties (eigen tijdschrift van leerlingen; redactie en schrijven; nieuws, analyses, commentaren). Leerlingen kregen medezeggenschap in het schoolbestuur en -organisatie (‘school government’). Leerdoelen, juist ook de vakoverstijgende, werden vertaald in termen van specifieke competenties, waardoor het onderwijs werd genormeerd en daarop werd het ingericht.”

De Parkhurst van na 1942

Een van de belangrijkste elementen van Parkhursts vernieuwingsideeën is nog niet besproken. Dat betreft de pedagogische basis, die ten grondslag ligt aan de onderwijskundige uitwerkingen van het Dalton Plan. Ook in Education on the Dalton Plan zijn aanzetten te vinden van de door Parkhurst ook gewenste pedagogische revitalisering. Ze citeert Conklin bijvoorbeeld als volgt: “Elke opvoeding is slecht als het leidt tot de vorming van gewoonten van luiheid, onzorgvuldigheid, mislukking, in plaats van vlijt en werklust, degelijkheid en grondigheid en succesvol willen zijn. Elke religie of sociale instelling is slecht als die leidt tot gewoonten van vrome schijn en alsof doen, tot onoprechtheid, slaafse achting voor autoriteit en minachting voor bewijs, in plaats van gewoonten van oprechtheid, ruimdenkendheid en onafhankelijkheid. Dit zijn de bakens waar het onderwijs naartoe moet neigen” (Parkhurst, 1922).

Als Parkhurst afscheid genomen heeft van haar school in New York investeert ze vooral in haar pedagogiek. Ze interviewt talloze kinderen in kleine groepjes over essentiële aspecten van hun eigen leven. Ze geeft kinderen in deze interviews letterlijk een stem. Daarmee is dit interviewwerk figuurlijk de andere kant van dezelfde medaille, want ook in haar onderwijsideeën ging het er haar op kinderen een stem te geven in hun eigen werk.

In het begin is het Parkhurst bij de revitalisering van het onderwijs dus vooral te doen om “een eenvoudige reconstructie van de procedures op school waarbij de leerlingen meer vrijheid genieten en waarbij op school een omgeving gecreëerd wordt, die beter past bij het leren van de leerlingen” (Parkhurst, 1922). Ze beschrijft in de artikelen in de Times en in haar boek een aantal didactische en organisatorische procedures waarmee ze het ‘lockstep teaching’ wil doorbreken, waardoor ‘echt leren’ – wat voor haar de voornaamste zorg van de school is – weer mogelijk wordt (Parkhurst, 1926). Later staat Parkhurst ook een vernieuwing van het curriculum voor en geeft ze handen en voeten aan wat een pedagogische revitaliseren genoemd kan worden. Aanzetten daarvoor zijn al wel in haar boek uit 1922 te vinden, maar die werkt ze pas later in haar carrière uit en ze brengt die dan ook in praktijk.

Samenvattend kan gesteld worden dat het Dalton Plan van Parkhurst in eerste instantie dus een  (organisatorisch-didactisch) onderwijsconcept was met als doel om de in het onderwijs gebruikte schoolprocedures te ‘revitaliseren’. Later staat ze een verdere verdieping van dat revitaliseringsidee voor, met aandacht voor de beantwoording van de ‘waartoe’-vraag van het onderwijs (de opvoeding tot ‘fearless human beings’), het verbeteren van het curriculum tot ‘programs of study’, als ook van het pedagogisch handelen.

In die zin is het gedachtegoed van Parkhurst niet alleen een onderwijsconcept, maar (ook) een sociaalpedagogisch concept dat verder rijkt dan het rationeel verbeteren en revitaliseren van het onderwijs door het nemen van een aantal concrete didactisch-organisatorische maatregelen. De verbreding en verdieping maar ook de integratie van onderwijsinhouden en de pedagogische ideeën die zij later formuleert, rechtvaardigen de conclusie dat Parkhurst haar ideeënwereld uitbouwt tot een vorm van onderwijs, die we tegenwoordig breed, persoonsvormend onderwijs zouden noemen.

Herdenken we Parkhurst dit jaar op haar 140ste geboortedag, dan is het van waarde vooral stil te staan bij de rijkdom van het totale gedachtegoed en bij hoe zij haar ideeën gedurende haar gehele leven doorontwikkeld heeft.

Literatuur

Gutek, G., Gutek, P. (2020). America's Early Montessorians. Palgrave Macmillan Cham.

Luke, D. (z.j.). Oasis for children. A legacy from Helen Parkhurst. Ongepubliceerd typoscript.

Otten-Binnerts, V., Berends, R. (2024). Dalton en burgerschapsonderwijs. Go forth Unafraid. Deventer: lectoraat Vernieuwend Onderwijs.

Parkhurst, H. (1922). Education on the Daltonplan. London: G. Bell & Sons, Ltd. / New York: E.P. Dutton & Co.

Parkhurst, H. (1926, 17 July). The Dalton Plan. The Times Educational Supplement, 585.

Parkhurst, H. (1929). Programs of Study. New York: Dalton School.

Van der Ploeg, P. (2010). Dalton Plan: oorsprong en theorie van het daltononderwijs. Deventer: Saxion Dalton University Press.

Van der Ploeg, P. (2015). Het Dalton Plan in Nederland en de ‘grammar of schooling’. Pedagogische Studiën91(4).

Berends, R. (2026). 140 jaar Parkhurst. DaltonVisie(14)5.

Deze berichten in je inbox ontvangen?

Meld je aan voor de e-mailnieuwsbrief en ontvang elke maand een update.

Aanmelden e-mailnieuwsbrief


Ook interessant voor jou