1 daltoniaan, meerdere petten – is daar een praatgroepje voor?

Anja Burger-Kock *)

Na een jaar of twintig in onderwijsland te hebben rondgestuiterd, bevind ik mij in een bijzondere positie. Ik ben daltoniaan van huis uit – mijn eigen middelbare school bracht ik door op een daltonschool – en inmiddels docent op Wolfert Dalton. Een vertrouwde omgeving, die voelt als thuiskomen. Alsof dat nog niet genoeg was, is mijn dochter nu leerling op dezelfde school waar ik vroeger leerling was. En zo ben ik ineens ook dalton-ouder.

“Handig!” hoor ik mensen denken. Dat is het soms. Maar zeker niet altijd. Het is vooral druk... in mijn eigen hoofd!

De pet van de ouder

Zodra je zelf in het onderwijs werkt en kinderen hebt, gebeurt er iets onvermijdelijks: je wordt thuis óók docent. Dat probeer ik te ontkennen, maar mijn dochter prikt daar moeiteloos doorheen. Natuurlijk help ik haar bij plannen, reflecteren en het omgaan met vrijheid. Dat kan ik nu eenmaal goed. En ja, zij vindt dat vaak prettig.

Tegelijk richt ik die begeleiding in zoals ik dat bij mijn eigen leerlingen zou doen. Met duidelijke verwachtingen, structuur en een zekere pedagogische hardheid die ik op school heel verantwoord vind. Thuis voelt dat soms anders. Want hoe ver ga je? Wanneer ben je helpend, en wanneer neem je het over? En hoe voorkom je dat je verandert in die ouder die net iets te goed weet hoe het onderwijs werkt?

Daar komt bij dat de ene daltonschool de andere niet is. Wat op mijn school logisch is, hoeft dat elders niet te zijn. Toch merk ik dat ik bij alles denk: maar bij ons…
Dat is het moment waarop je moet oppassen.

De pet van de docent

Sinds ik me verder verdiep en specialiseer in dalton is vergelijken geen hobby meer, maar een automatisme. Daltonuren, taken, roosters, beleidskeuzes — ik zie ze overal. Dus ook als ouder.

Het liefst zou ik bij elk oudergesprek vragen stellen over visie, keuzes en onderliggende aannames. Niet omdat ik het beter weet, maar omdat ik het interessant vind. En belangrijk. En omdat ik nu eenmaal zo in elkaar zit.

Maar ergens op mijn schouder zit een streng daltoniaantje dat fluistert: “Doe normaal. Dit is niet jouw school.” Want voor je het weet ben je geen betrokken ouder meer, maar die collega-achtige zeur die het systeem komt fileren bij het mentorgesprek. Dus houd ik mijn mond. De vragen blijven.

En dan is er ook nog de leerling die ik ooit was

Alsof twee petten niet genoeg zijn, loopt mijn eigen daltongeschiedenis vrolijk mee. In mijn werk is dat meestal een voordeel: ik herken leerlingen, hun weerstand en hun worsteling met vrijheid. Als ouder is het vooral lastig.

Hadden wij vroeger ook zoveel projecten tegelijk in klas 1? Waarom periodetaken die vooral houvast lijken te bieden aan docenten? Waarom een planagenda die in de les nauwelijks gebruikt wordt, terwijl huiswerk vervolgens uit Magister moet worden gevist — soms dagen later nog steeds onvindbaar?

Ik weet het: vroeger was alles beter is een mythe. Maar het is wel een hardnekkige mythe, die steeds weer opduikt zodra mijn dochter zuchtend aan de keukentafel zit.

Wat zou Parkhurst hiervan vinden?

Helen Parkhurst geloofde niet in perfecte systemen, maar in mensen. In vertrouwen, verantwoordelijkheid en samenwerking — ook wanneer het schuurt. Ze ging uit van het idee dat leren rommelig mag zijn. En dat geldt misschien niet alleen voor leerlingen, maar ook voor ouders en docenten.

Misschien is mijn ongemak precies waar dalton begint: bij het loslaten van controle. Accepteren dat mijn dochter haar eigen daltonpad loopt. Dat collega’s andere keuzes maken dan ik zou doen. En dat mijn eigen herinneringen niet de maat der dingen zijn.

De slotsom?

Dus ja, het duurt nog wel even, deze pettenparade. En nee, die petten gaan waarschijnlijk niet netjes achter elkaar hangen. Ze zullen blijven botsen.

Misschien moet ik dat ook maar gewoon erkennen. Dat dalton niet alleen iets is wat je leeft in de klas, maar ook iets wat je uithoudt als ouder en collega. Met twijfel. Met vragen. En met de neiging om je overal nét iets te veel mee te bemoeien.

En als daar toch een praatgroepje voor komt — voor daltonianen met meerdere petten, lichte controledrang en een overontwikkeld reflectievermogen — dan meld ik me aan. Vrijwillig. Maar wel graag met duidelijke afspraken. En een planning. In de agenda. Uiteraard.

*) Anja Burger-Kock is docent Frans en daltonspecialist op Wolfert Dalton te Rotterdam

Burger-Kock, A. (2026). 1 daltoniaan, meerdere petten – is daar een praatgroepje voor? DaltonVisie(14)4.

Deze berichten in je inbox ontvangen?

Meld je aan voor de e-mailnieuwsbrief en ontvang elke maand een update.

Aanmelden e-mailnieuwsbrief


Ook interessant voor jou