In de klas met kompas

Het onderzoek van Anja Schoots naar ‘student agency’

René Berends

Op 10 maart jl. promoveerde Anja Schoots aan de Universiteit van Leiden op haar proefschrift ‘In de Klas met Kompas’ over het onderwerp ‘student agency’. ‘Agency’ is een begrip dat ons in het daltononderwijs goed van pas kan komen, maar dat verdient nog wel een nadere uitwerking.

In dit artikel een samenvatting van het ‘lekenpraatje’ dat Anja over het onderwerp hield. Tijdens de verdediging legden de opponenten Anja niet al te zeer het vuur aan de schenen en dat had vooral te maken met de grote waardering die iedereen had over de dissertatie en de wijze waarop Anja haar onderzoek heeft opgebouwd.

Coornhert daltonschool

Anja is auctor op het Coornhert Lyceum in Haarlem. Zo’n auctor is iemand die wetenschappelijk onderzoek doet in het voortgezet onderwijs. Anja is op de school ook conrector en was de afgelopen jaren een van de stuwende krachten achter het daltoniseringsproces op school. De school is het afgelopen jaar met glans door de visitatie van de NDV gekomen en is inmiddels gecertificeerd.

Onderwijs: niet vinken maar vonken

In het ‘lekenpraatje’ dat Anja voorafgaand aan de verdediging van haar proefschrift hield, vertelde ze dat ze de afgelopen zes jaar een missie voelde om onderwijs zo te kunnen ontwerpen dat er vonken in de ogen van leerlingen ontstaan, ze plezier in leren ervaren en ze zich toegerust voelen. Ze vroeg zich af hoe leerlingen het eigen leerproces zelf in handen kunnen nemen, zodat het onderwijs bij zou kunnen dragen aan persoonsvorming en aan het deelnemen aan de maatschappij.

Dat is een droom van veel docenten, stelde Anja, maar tegelijkertijd zien we dat leerlingen afhaken, dat ze niet altijd in staat zijn om hun leerproces zelf vorm te geven en dat ze dat soms ook niet (meer) willen. Anja had het idee dat het anders zou kunnen, wat haar tot het onderzoeken van ‘student agency’ bracht.

Een rode draad in het curriculum

Anja staat in de wens om onderwijs te verbeteren door aandacht te schenken aan ‘agency’ overigens niet alleen. Ook internationaal is er veel aandacht voor dit thema, zoals door publicaties van de OECD en de Unesco duidelijk wordt. ‘Student agency’ wordt als een rode draad gezien voor het curriculum.

De vraag wat ‘student agency’ is, was het eerste dat Anja wenste te beantwoorden. In zijn algemeenheid gaat het om de wil en het vermogen van leerlingen om hun leerproces vorm te geven en invloed te hebben op hun leeromgeving.

Maar dat is een vage omschrijving die de volgende vraag oproept hoe je dat herkent. Daarom was het belangrijk als eerste stap om na dertig jaar internationaal onderzoek naar een soort ‘state of the art’ te geven over wat ‘agency’ is en welk curriculum ‘agency’ bevordert.

De kennis daarover bleek fragmentarisch te zijn. Bovendien zijn er ook verschillen van inzicht. Na het analyseren van 86 empirische artikelen uit de psychologie, filosofie en de onderwijswetenschappen ontwikkelde Anja een raamwerk om ‘agency’ bij leerlingen te herkennen en waarmee ze zichzelf ook toe zouden kunnen rusten als ze later hun eigen leven vorm willen geven en daarin keuzes willen maken.

Anja bracht de elementen van ‘agency’ samen in een raamwerk, waarbij ze gebruik maakte van een raamwerk dat ontwikkeld is door Bandura. Die stelt dat je ‘agency’ kunt herkennen aan bepaalde kenmerken, zoals het hebben van een intentie (je wil iets). Dat kan bijvoorbeeld zijn dat je wil begrijpen hoe je een formule oplost. Naast die intentie, gaat het ook om het hebben van een idee hoe je dat voor elkaar kunt krijgen om daar vervolgens naar te gaan handelen. Als die kenmerken in lijn met elkaar zijn, kun je spreken over ‘agency’. Leerlingen hebben met andere woorden ‘agency’ als ze een doel hebben en als ze – wanneer ze succesvol zijn – dit succes vervolgens toeschrijven aan zichzelf, het eigen handelen. Dan voelen ze zich ‘agent’.

Belangrijk daarbij zijn ook de bronnen in de leerling zelf, stelt Anja, want een ‘agent’ is iemand die iets uit zichzelf teweegbrengt. Anja benaderde het begrip daarom ook vanuit de etymologie. Het woord stamt namelijk af van ‘agentia’, ‘agens’ en ‘agere’, dat ‘de handelende persoon’ en ‘in beweging zetten’ en ‘doen’ betekent. Het gaat erom dat je zelf iets in beweging zet en presteert.

Persoonlijke bronnen

Als ‘agent’ heb je persoonlijke bronnen waaruit je put. Het belangrijkste daarbij is vertrouwen in eigen kunnen of het vertrouwen dat je het zou kunnen leren. Daarnaast zijn ook je waarden en je morele opvattingen persoonlijke bronnen. Het gaat erom wat jij belangrijk vindt. Als laatste is ook bewustzijn een persoonlijke bron: het opmerken hoe het gaat en op basis daarvan kunnen bijsturen.

Deze pijlers en ook de kenmerken van ‘agency’ zijn de rode draad gaan vormen in het onderzoek van Anja.

Het curriculum

In de eerste studie heeft Anja onderzocht wat de kenmerken van het curriculum moeten zijn om ‘agency’ te bewerkstelligen en te bevorderen. Dat gaat deels over zaken die je expliciet aan kunt leren, maar zaken als je persoonlijke waarden en morele opvattingen ontwikkelen zich gaandeweg bij het opdoen van ervaringen. Voor die laatste kenmerken heb je dus vooral veel rijke ervaringen nodig.

‘Agency’ in samenhang

In een tweede studie onderzocht Anja vervolgens hoe je leerlingen kunt laten reflecteren op hun eigen ‘agency’, zodat leerlingen inzicht krijgen in het eigen leren en ze zich af gaan vragen of ze effectief gehandeld hebben. De essentie daarbij was om inzicht te verkrijgen in hoe leerlingen bij zichzelf kunnen toetsen welke waarden ze hebben en hoe ze gehandeld hebben, zodat ze minder afhankelijk zijn van het oordeel van docenten of achteraf van de behaalde resultaten op de schooltoetsen.

Daarvoor heeft Schoots in verschillende stappen een vragenlijst ontwikkeld, waarmee op een valide manier zowel de pijlers als de kenmerken van ‘agency’ onderzocht konden worden.

Die vragenlijst maakt dat het in de onderwijswetenschappen nu voor het eerst mogelijk is, dat ‘student agency’ integraal onderzocht kan worden. Anja is daar trots, zeker nu blijkt dat daar ook internationaal aandacht voor is.

Tot op heden waren al wel verschillende aspecten van ‘agency’ onderzocht, zoals het vertrouwen in eigen kunnen en zelfregulerend handelen, maar nog nooit in combinatie met de waarden en het morele kompas van leerlingen en die vallen ook onder het begrip ‘agency’. Het onderzoek van Anja is daarom het eerste, waarin ‘agency’ in zijn geheel en integraal onderzocht is.

Het toekennen van waarde aan het schoolse leren

Interessant is de ontdekking dat de manier waarop leerlingen waarde toekennen aan het leren op school belangrijk is voor de intentie om er ook een succes van te maken. Bovendien is het voor hen een toetssteen om achteraf te investeren in het reflecteren op de vraag of ze op de goede weg zijn en of ze dingen hebben gedaan die voor hen van waarde zijn.

Een ander belangrijke conclusie uit het onderzoek is, dat het vertrouwen in eigen kunnen voorspellend is voor de mate waarin leerlingen vooruitdenken. Dat wisten we eigenlijk al wel uit eerder onderzoek, zoals dat van Bandura. Leerlingen durven hogere doelen te stellen en zetten langer door als het moeilijk is, als ze er veel vertrouwen in hebben dat ze het uiteindelijk wel kunnen leren.

Dat zag Anja ook in de praktijk. Ze interviewde leerlingen en zag dat kinderen die iets nog niet beheersen, maar wel het idee hebben dat ze het zouden kunnen leren, langer doorzetten en meer initiatief tonen. Dan gaan leerlingen bijvoorbeeld docenten af, waar ze onvoldoendes gehaald hebben, om feedback te krijgen op wat er fout ging en vragen ze uitleg hoe het beter zou kunnen. Dat doe je alleen als je er vertrouwen in hebt, dat je het uiteindelijk wel gaat leren.

Welzijn op school

In een derde studie pakte Anja Schoots vervolgens de vraag op of ‘agency’ ook daadwerkelijk bijdraagt aan wat we met het geven van aandacht aan ‘agency’ beogen. Leidt ‘agency’ met andere woorden er daadwerkelijk toe dat leerlingen beter gaan leren en een hoger welzijn ontwikkelen? Voor die conclusie was het wetenschappelijk bewijs tot nu toe beperkt en bovendien was het onderzoek daarnaar niet in een Nederlandse context uitgevoerd.

Leuke is het dat Anja’s onderzoek daar nu wel het bewijs voor geleverd heeft. ‘Agency’ doet ertoe. Het is belangrijk om ‘student agency’ na te streven, in de eerste en belangrijkste plaats voor het welzijn van de leerlingen. ‘Agency’ hangt sterk samen met het gevoel van voldoening, er zin in hebben en er energie van krijgen. Welzijn op school wordt voor een groot deel bepaald en voorspeld door ‘agency’.

Maar ook leerprestaties en de vermindering van stress wordt door ‘agency’ significant voorspeld.

Willen én kunnen

Maar er zijn wel belangrijke verschillen tussen leerlingen te constateren. Anja vertelde dat ze leerlingen niet heeft willen benaderen als statische formules en mooie resultaten, die ze in haar onderzoeksverslag zou kunnen rapporteren, maar ze is het gesprek aangegaan. En daarbij constateerde ze dat verschillen met name zitten in het willen en kunnen.

“Als we op school leerlingen op dat willen en kunnen laten reflecteren, dan geeft dat een behoorlijk goed beeld van waar zij zitten,” stelt Anja. “Hun zelfreflectie geeft docenten goede informatie over welke ondersteuning zij nodig hebben. Sommige leerlingen hebben veel ruimte en vrijheid nodig, maar als het vertrouwen in eigen kunnen laag is, dan is er juist meer behoefte aan regie en sturing.”

Het sociale aspect van ‘agency’

Tijdens de verdediging stelden Anja’s opponenten verschillende vragen, die onder meer gingen over het onderscheid tussen ‘human agency’ en ‘student agency’, over de relatie tussen ‘student agency’ en zelfsturing en ‘self-efficacy’ en over begrippen als leerlingparticipatie en eigenaarschap.

Er was een vraag over het feit dat Anja in haar proefschrift het accent heeft gelegd op de individuele leerling, terwijl ‘agency’ toch ook een relationele, sociale kant kent. Anja pareerde die vraag door te stellen dat het bij ‘agency’ niet alleen gaat om de wil en het vermogen om individueel te presteren, maar ook om de vraag wie ben ik, wat wil ik en wat kan ik samen met anderen realiseren.

De vraag over de relatie van ‘agency’ en leerlingparticipatie pareerde Anja onder meer door te stellen dat ‘agency’ ook aansluit bij de verplichtingen die voortvloeien uit de Universele Rechten van het Kind, waarin het recht op participatie van leerlingen is omschreven. Kinderen een stem geven, is een wettelijk voorschrift.

De hele taak eerst

Fred Janssen, hoogleraar op het ICLON in Leiden, benadrukte dat het bij ‘agency’ ook gaat om het innemen van verschillende perspectieven op schoolse kennis. Anja beaamde dat in haar antwoord. Zij stelde dat kennis aangeboden moet worden, maar wel vanuit het idee van ‘de hele taak eerst’. De wil om te leren wordt in sterke mate bepaald door het opdoen van eigen ervaringen en het inzicht dat de leerinhouden functioneel en betekenisvol zijn. Thema’s vanuit verschillende perspectieven benaderen haakt daarmee aan bij de nieuwsgierigheid en interesse van de leerlingen. Ze gaan daardoor eerder zelf op onderzoek uit naar relevante kennis en kennisopbouw.

Samenvatting

Samenvattend kun je zeggen dat ‘agency’ nu voor het eerst niet fragmentarisch maar integraal en samenhangend op pijlers en kenmerken is onderzocht, wat vervolgens de praktijk handvatten geeft om voorbij te gaan aan het observeren van gedrag en het analyseren van toetsresultaten. We kunnen meer naar de bronnen van de leerlingen zelf kijken. Het blijkt veel efficiënter om als docenten te sturen op het vertrouwen van leerlingen op eigen kunnen en de waarden en op hun eigen moreel kompas.

Het onderzoek van Anja Schoots heeft een kwaliteitssysteem opgeleverd, waarmee we in het onderwijs niet alleen naar cijfers hoeven kijken, maar leerprestaties van leerlingen in relatie kunnen brengen met hun ‘agency’ en dat we in plaats van over leerlingen te praten, aandacht kunnen schenken aan de stem van de leerling, zodat zij mede invloed kunnen hebben op het eigen leren en op het onderwijs dat docenten daarvoor inrichten.

Het kader dat Anja heeft geschetst, biedt de mogelijkheid om beter af te stemmen op verschillende leerlingen. Het ‘florerende’ kind, de ‘worstelende’ leerling en het risicokind vragen ten aanzien van ‘agency’ om andere benaderingen. Gedrag van leerlingen wordt soms te makkelijk gelabeld, als gemotiveerd of juist ongemotiveerd. Door de stem van leerlingen te includeren, kunnen we beter aansluiten op wat leerlingen écht beweegt.

Wil je Anja Schoots aan het woord horen? Luister dan naar de podcast Leiding geven aan Schoolontwikkeling (29-11-2023).

https://open.spotify.com/episode/2kBDTidBN8UiFVHqBMrPTp?si=6b3d777604b34b2b&nd=1&dlsi=905c02f8b67c4cae

De link naar de dissertatie:

https://scholarlypublications.universiteitleiden.nl/handle/1887/4296996

Berends, R. (2026). In de klas met kompas. Het onderzoek van Anja Schoots naar ‘student agency’. DaltonVisie(14)10.

Deze berichten in je inbox ontvangen?

Meld je aan voor de e-mailnieuwsbrief en ontvang elke maand een update.

Aanmelden e-mailnieuwsbrief


Ook interessant voor jou