donderdag, 25 februari 2021 00:00

Goedkoper dan Netflix

Patrick Sins, lector Vernieuwingsonderwijs Saxion en Thomas More hogeschool

Sociaaleconomische status, het is me wat. In onderzoek gebruiken we vaak begrippen waar het fijn mee rekenen is. Om bijvoorbeeld een relatie te leggen met uitkomsten zoals de prestatie van kinderen op een reken- of taaltoets. En vaak zie je dan dat een lage sociaaleconomische status gepaard gaat met nogal wat nadelen. Zo zijn er studies zat die laten zien dat kansenongelijkheid in het onderwijs samenvallen verschillen in sociaaleconomische status. Maar er is een probleem: sociaaleconomische status is een samengesteld begrip. Vaak wordt het namelijk gezien als een mix van het inkomen én het opleidingsniveau van ouders. En als we een beter beeld van kansenongelijkheid willen scheppen en er misschien iets aan willen doen, dan kan het helpen om de twee te ontrafelen.

En dat is precies wat Marion van Brederode – vakdidactisch onderwijsonderzoeker aan de VU - onlangs in een grondige analyse heeft gedaan. Ze wilde nagaan waar kansenongelijkheid mee samenhangt – met het opleidingsniveau van ouders of met het inkomen of met allebei. Van Brederode keek naar het deel van de examenleerlingen dat in 2018 vwo examen deed. De eerste bevinding die ze deed was dat de kans dat je op het vwo-examen gaat doen stijgt naarmate je ouders hoger zijn opgeleid. Opleiding van ouders speelt dus een belangrijke rol. Check. Nu het inkomen van ouders.

Om te onderzoeken of dit ook een rol speelt, bekeek Van Brederode het effect van het inkomen binnen elk opleidingsniveau. Zo kon ze erachter komen of de kans op het doen van een eindexamen op vwo-niveau toeneemt als ook het inkomen van je ouders toeneemt. En dat dan voor elk opleidingsniveau. Wat bleek? Inkomen doet er nauwelijks toe. Als je ouders een masterdiploma hebben maakt het niet uit of ze veel of weinig inkomen hebt, de kans dat je vwo eindexamenkandidaat zal zijn is nagenoeg even groot. Op basis van haar analyses concludeert Van Brederode verder dat “de hogere slaagkans bij vmbo, havo en vwo voor leerlingen met hoger opgeleide ouders wijst erop dat hoever ouders in het Nederlandse onderwijssysteem zijn gekomen doorwerkt op de slaagkans van hun kinderen”.  Dat niet het inkomen maar vooral de opleiding van ouders ertoe doet, laat ook een studie uit 2005 van de Amerikaanse onderzoeker Pamela Davis-Kean zien. Zij vond dat “parents’ years of schooling” positief samenhangt met de prestaties van basisschoolleerlingen op taal en rekenen. Met andere woorden, als je als leerling het goed wilt doen op de toets maakt het uit hoeveel jaren onderwijs je ouders hebben genoten. De bijdrage van het inkomen van ouders was veel minder.

Er is goed nieuws en er is slecht nieuws. Het slechte nieuws is dat momenteel de scholen weer voor een tijdje zijn gesloten. En we weten nog niet voor hoelang. Het gevolg hiervan is dat een aanzienlijk deel van het onderwijsleerproces nu ook door ouders moet worden ingevuld. En we zien dat er in tijden van thuisonderwijs achterstanden zijn ontstaan. Achterstanden in de zin dat vooral een bepaalde groep kinderen nu minder leren dan wat ze normaal zouden leren als ze wel naar school gaan. En dan gaat het om de groep kinderen waarvan de ouders lager zijn opgeleid. En dan nu het goede nieuws. Opleiden, daar kan je wat aan doen. Ook ouders zijn immers nooit te oud om te leren.

Oudereducatie

Want dát oudereducatie effect heeft staat buiten kijf. Dat toont onderzoek van de Vughtse professor aan de Vrije Universiteit Brussel Maurice de Greef duidelijk aan. Zo laat hij in een overzichtsstudie zien dat kinderen van laaggeletterde ouders, die deelnemen aan programma’s waarin ze leren hoe ze thuis meer met taal bezig kunnen zijn, een betere taalvaardigheid ontwikkelen. Tijdens zo’n leertraject wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan voorlezen, het praten over schoolactiviteiten en het bevorderen van de dagelijkse communicatie. En de winst van dit soort programma’s is hoog. Heel hoog. We zien namelijk dat niet alleen de taalvaardigheid van de ouders zelf erop vooruitgaat, maar ook dat van het gezin als geheel. De Greef laat verder zien dat taaltrajecten voor laaggeletterde volwassenen bijdragen aan het vergroten van hun sociale inclusie, het verbeteren van hun positie op de arbeidsmarkt en zelfs tot een betere fysieke en mentale gezondheid. Opleiden van ouders levert dus nogal wat op.

Het opleiden van ouders levert behoorlijk wat op, maar je moet er wel wat voor doen. Zo is de betrokkenheid van ouders in taalbevorderende praktijken en activiteiten essentieel. Het belang van ouderbetrokkenheid onderstrepen ook de Britse onderzoekers Alma Harris en Janet Goodall. Volgens hen moeten ouders gezien worden als cruciaal onderdeel in het leerproces van hun kinderen – ouders moeten weten dat ze ertoe doen. Volgens Harris en Goodall heeft de betrokkenheid van ouders in het leren van hun kinderen thuis een grote impact op hun schoolprestatie. Echter het vergroten van deze ouderbetrokkenheid is volgens Harris en Goodall “the worst problem and the best solution”. Het is namelijk verdraaid lastig om dit voor elkaar te boksen, maar als het eenmaal lukt dan zijn de resultaten er ook naar. Harris en Goodall beargumenteren dat scholen hierin een belangrijke rol kunnen vervullen door “parental engagement in learning in the home” aan te moedigen.

Naast het vergroten van de betrokkenheid valt uit het onderzoek van De Greef af te leiden dat voor het effectief opleiden van ouders ook nodig is dat ouders goede begeleiders hebben en dat er aanbod is van specifieke leeractiviteiten en materialen. Opleiden vraagt dan toch best een investering van ouders ook al levert het behoorlijk wat op. Voor niks gaat de zon op. Maar toch knaagt er iets. Vooral nu de scholen dicht zijn zou een ‘wast een berg, kost een beetje’ methodiek erg van pas komen. Ik heb er een gevonden. Een aanpak die mede is geïnitieerd door de bekende countryzangeres, ondernemer en weldoener Dolly Parton.  

Geef gratis boeken weg

Recent verscheen er een artikel van Merel de Bondt, Ingrid Willenberg en Adriana Bus over de effecten van “book giveaway programs”. De Bondt cum suis wilden weten of programma’s waarin gratis boeken aan gezinnen met jonge kinderen worden gegeven effectief zijn. Het idee is namelijk dat deze programma’s bijdragen aan de taalontwikkeling van kinderen. De onderzoekers bekeken de effecten van drie bekende programma’s. Het Nederlandse Boekstart, Reach Out and Read en Dolly Parton’s Imagination Library. De programma's varieerden op twee aspecten: (1) het aantal boeken dat werd aangeboden en de frequentie daarvan en (2) de persoonlijke contacten met bijvoorbeeld medewerkers van het consultatiebureau.

Imagination Library is van de drie aanpakken de meest goedkope optie. Parton’s stichting stuurt gezinnen elke maand een voorleesboek vanaf de geboorte van hun kind totdat ze vijf jaar worden. In totaal 60 boeken dus. En er is geen persoonlijk contact met de gezinnen. Boeken worden gewoon via de post verstuurd. Omgerekend kost dit ongeveer 1,70 euro per maand. Vele malen goedkoper dan een abonnement bij Netflix. De resultaten van De Bondt cum suis spreken boekdelen. Ook als je net als Dolly Parton louter boeken gratis weggeeft – er hoeft dan geen sprake te zijn van persoonlijke contacten met begeleiders – wordt er meer voorgelezen thuis en wordt de geletterdheid van kinderen bevorderd. De onderzoekers vonden bovendien dat het gratis weggeven van boeken de grootste effecten had op het voorlezen thuis in gezinnen met een lagere sociaaleconomische status. Volgens mij speelt hier weer het opleidingsniveau van ouders een rol. Inzetten op oudereducatie dus en misschien kan het als eerste stap helpen met

 

Geraadpleegde literatuur

Davis-Kean, P.E. (2005). The Influence of Parent Education and Family Income on Child Achievement: The Indirect Role of Parental Expectations and the Home Environment. Journal of the Division of Family Psychology of the American Psychological Association, 19, 294-304.

De Bondt, M., Willenberg, I.A., & Bus, A.G. (2020). Do book giveaway programs promote the home literacy environment and children's literacy-related behavior and skills. Review of Educational Research, 90(3), 349-375.

De Greef, M. & Segers, M. (2016). Van gezonde taal tot familietaal naar werktaal. Maastricht: Maastricht University, Educational Research & Development.

De Greef, M., Segers, M., & Nijhuis, J. (2016). Feiten en cijfers geletterdheid: Overzicht van de gevolgen van laaggeletterdheid en de opbrengsten van investeringen voor samenleving en individu. Den Haag: Stichting Lezen & Schrijven.

De Greef, M., Segers, M., Nijhuis, J. & Fond Lam, J. (2014). Impactonderzoek taaltrajecten Taal voor het Leven door Stichting Lezen & Schrijven op het gebied van sociale inclusie en leesvaardigheid. Deel A. Maastricht: Maastricht University.

Engzell, P., Frey, A., & Verhagen, M. (2020). Learning Inequality during the COVID-19 Pandemic. University of Oxford.

Harris, A. & Goodall, J. (2008) Do parents know they matter? Engaging all parents in learning. Educational Research 50(3): 277–289.

Van Brederode, M. (2020, 22 december). Nationaal Cohortonderzoek moet kansenongelijkheid in het onderwijs anders meten. Geraadpleegd van https://www.scienceguide.nl/2020/12/nationaal-cohortonderzoek-moet-kansenongelijkheid-in-het-onderwijs-anders-meten/