dinsdag, 23 maart 2021 00:00

Dalton en een ontwikkelingsvacuüm.

Nu we ruim een jaar te maken hebben met de gevolgen van het Coronavirus kunnen we wel de conclusie trekken dat er sprake is van een stevige onderbreking van de ontwikkeling van ons onderwijs. Het is de waan van de dag die ons in hoge mate bezighoudt. Elke leidinggevende is bezig vele ballen hoog te houden. Het gemis aan personeel is dagelijks voelbaar op de werkvloer. Er wordt een stevig beroep gedaan op parttimers om meer te werken, intern begeleiders en andere ondersteunende collega’s worden uit hun werk gehaald om voor de klas te gaan staan. Het aantal langdurig zieken neemt stevig toe omdat hen te veel gevraagd wordt en daardoor de reserves worden aangesproken.

Ook de wijze waarop we in bubbels moeten werken op school gaat ten koste van het werkplezier van leerlingen en leerkrachten. Er wordt werkelijk gesnakt naar een einde van deze pandemie. Een vergadering waarbij we elkaar mogen ontmoeten, de vrijdagmiddagborrel en het gezellig samenkomen in de personeelskamer wordt meer dan gemist. Een vergadering op school wordt via Teams gehouden waarbij de op school aanwezigen in hun lokaal blijven en de anderen thuis. Het is efficiënt armoedig om zo met elkaar te moeten werken. Het schoolleven is toch in eerste instantie een sociaal gebeuren dat resulteert in een schoolcultuur. En dat is weer de voedingsbodem voor schoolontwikkeling.

Nieuwe dingen uitproberen met elkaar en het daar over hebben is toch de zuurstof in ons vak. COVID 19 heeft een verstikkende werking gehad op onze ontwikkelingszin en daar zullen we nog wel een tijdje last van houden. Waar we ons aan vast kunnen houden en ook energie uit kunnen halen is het feit dat we in staat zijn geweest om de inrichting van ons onderwijs op digitale wijze in een stroomversnelling te brengen die we ruim een jaar geleden niet voor mogelijk zouden hebben gehouden. Thuisonderwijs werd mogelijk. Hybride vormen van onderwijs werden ingericht. Er werden ook door besturen en overheid diverse financiële impulsen gegeven om de ICT inrichting sterk te verbeteren en leerlingen van laptops te voorzien. Daar waar in januari 2020 nog gedemonstreerd moest worden voor meer investeringen in het onderwijs is ruim een jaar later sprake van een mogelijke mega financiële injectie van miljarden euro’s. Hopelijk zijn de zakken van de minister van financiën diep genoeg en zitten er geen gaten in. Nu D66 de tweede partij in Nederland is geworden mogen ze ook de minister van financiën leveren. In combinatie met wellicht weer het ministerie van onderwijs kan het een mooi onderonsje worden om het onderwijs echt goed te faciliteren.

Collega’s houdt vol, er komen betere tijden.

Willem Wagenaar
voorzitter