dinsdag, 28 januari 2020 00:00

Leraren en Filipijnse taxichauffeurs

Patrick Sins, lector Vernieuwingsonderwijs Saxion en Thomas More hogeschool

Inleiding
Het onderwijs heeft er baat bij als leraren van en met elkaar leren. Ironisch genoeg gebeurt dat in de praktijk nauwelijks. In deze bijdrage legt Patrick Sins uit waarom het belangrijk is werk te maken van samenwerking.

Drie jaar geleden was ik in Manila, de hoofdstad van de Filipijnen. Ik was daar samen met een collega om contact te leggen met enkele universiteiten en scholen. Manila is enorm en het is er megadruk, er wonen ongeveer twaalf miljoen mensen en de wegen zijn overbelast. Er is geen doorkomen aan. Als je ergens heen wilt sta je vaker stil dan dat je kan rijden. Voor een korte rit mag je gerust op dagdelen rekenen.

Na een week zat onze trip erop en namen we de taxi naar de luchthaven. Een rit van ongeveer zes kilometer. Ook nu waren de wegen weer dichtgeslibd. Toch waren we er binnen een half uur! Ik vroeg de chauffeur hoe hij dat deed en hij vertelde enthousiast dat hij continu in verbinding staat met zijn collega-chauffeurs. Via een walkietalkie stellen ze elkaar op de hoogte welke wegen te doen zijn. Ik was onder de indruk: taxichauffeurs die elkaar helpen om samen de beste route vast te stellen, hoe geweldig is dat?! Het riep bij mij de vraag op: Hoe zit dit eigenlijk bij leraren? Hoe houden die eigenlijk contact met elkaar over de beste route?

Werken leraren samen?
Als je je verdiept in onderzoek naar het professioneel leren van leraren kom je vanzelf de naam Michael Fullan tegen. De Canadese Fullan is emeritus-hoogleraar van de Universiteit van Toronto en geniet wereldwijde bekendheid door zijn werk op het gebied van onderwijsvernieuwing en professionele ontwikkeling. Een citaat uit zijn boek “Leading in a culture of change” slaat de hamer op zijn kop: “It is one of life’s great ironies: schools are in the business of teaching and learning, yet they are terrible at learning from each other.” Die zit. Volgens Fullan zijn de aanbevelingen uit jarenlang onderzoek klip en klaar: scholen en hun leerlingen gedijen goed als er sprake is van een cultuur waarin leraren het onderwijs verbeteren door van en met elkaar leren. Fullan stelt dat het verschil tussen effectieve en ineffectieve scholen ligt in de aanwezigheid van een cultuur van intensieve samenwerking tussen leraren. Leraren die als individuen hard aan de slag zijn, dragen niet bij aan het succes van de school. Toch zien we dat dit nog op veel scholen het geval is: “professional isolation of the classroom teacher” is nog steeds gemeengoed. De leraar is als individu verantwoordelijk voor het reilen en zeilen in zijn of haar klas en voor zijn of haar eigen leerproces. Volgens Fullan is een cultuurverandering nodig oftewel “the isolated autonomy of the teachers becomes passé”.

Professioneel samenwerken gaat verder dan uitwisselen
“Primary Sources: America’s teachers on teaching in an era of change” uit 2013 is een studie door de Bill & Melinda Gates Foundation naar de meningen van meer dan twintigduizend leraren over allerlei relevante onderwijszaken. Een van de bevindingen is dat meer dan de helft van de leraren aangeven dat ze niet genoeg tijd hebben om met collega’s samen te werken. Dit is de op twee na grootste uitdaging die leraren in hun dagelijks werk ervaren. Leraren ervaren dus zelf een groot probleem als het gaat om het realiseren van een samenwerkingscultuur op school. En als leraren samenwerken dan zien we dat het vooral gaat om het uitwisselen van informatie. Het gezamenlijk ontwikkelen en uitvoeren van onderwijs komt weinig voor. En dat is nou juist het type samenwerken dat Fullan onderschrijft.

Dit beeld komt naar voren uit een grootschalige studie uit 2013 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De Teaching and Learning International Survey (TALIS) van het OESO is een vragenlijst die aan meer dan honderdduizend leraren uit meer dan dertig landen is voorgelegd. In TALIS worden leraren gevraagd naar hun professionele ontwikkeling, hun dagelijkse praktijk en hun tevredenheid. Het fijne aan TALIS is dat je eenvoudig de antwoorden van leraren uit een specifiek land kan vergelijken met het gemiddelde van de leraren uit de andere OESO-landen. Als ik dat doe, blijkt dat Nederlandse leraren aangeven dat ze relatief vaak overleg met hun team hebben en ook geregeld informatie met collega’s delen. Uit de resultaten blijkt verder dat Nederlandse leraren betrekkelijk weinig doen aan wat in TALIS “professional collaboration” of professioneel samenwerken wordt genoemd. Het gaat hier om team teaching, gezamenlijke professionele ontwikkeling, het samen ondernemen van onderwijsactiviteiten en het uitvoeren van klassenobservaties. In vergelijking met andere leraren scoren Nederlandse leraren de helft lager op professioneel samenwerken.

And the results are…
De bevindingen van TALIS sluiten aan bij de conclusies van Michael Fullan. Hoe vaker leraren aangeven dat ze deelnemen aan professioneel samenwerken hoe hoger hun werktevredenheid en hun gevoel van zelfeffectiviteit. Het realiseren van een schoolcultuur waarin leraren professioneel samenwerken heeft ook zijn weerslag op het leren van leerlingen. Zo stegen de lees- en rekenprestaties van leerlingen van vierduizend Canadese scholen met 14%. Dit waren scholen die in het kader van het onderzoek van - daar is ie weer - Michael Fullan gericht aan het werk gingen om de samenwerking tussen leraren mogelijk te maken en te stimuleren. Fullan concludeert: “Focused, purposeful team work, facilitated and well led produces better results”.

Ook onderzoek van Carrie Leana, hoogleraar aan de Universiteit van Pittsburgh, laat zien dat professionele samenwerking tussen leraren zichtbaar bijdraagt aan de leerprestatie van leerlingen. Leana laat bovendien zien dat dit belangrijker is dan “hoe goed” individuele leraren zijn in termen van hun onderwijservaring en kwalificaties. Goede leraren zijn minder effectief als professioneel samenwerken nauwelijks voorkomt, “poor teachers get even worse”.

Maak werk van professionele samenwerking op school en help elkaar om samen de beste route voor jullie leerlingen te bepalen. Hoe? Door samen met je collega’s lessen voor te bereiden en te evalueren, door de didactiek van je lessen te bespreken met collega’s, door elkaars lessen te observeren en te voorzien van feedback en door gezamenlijk beslissingen te nemen en gezamenlijk vorm te geven aan onderwijsverbetering op jullie school.

Geraadpleegde literatuur

Fullan, M. (2001). The New Meaning of Educational Change. Routledge.

Fullan, M. (2010). All systems go. Thousand Oaks, CA.: Corwin Press. 

Fullan, M. (unpublished May 2011). Learning is the Work. http://michaelfullan.ca/topic-video-learning-is-the-work/ 

Hargreaves, A., Dawe, R. (1990). Paths of professional development: contrived collegiality, collaborative culture, and the case of peer coaching. Teaching and Teacher Education, 6(3), 227–241. 

Leana, C. (2011). An open letter to Bill and Melinda Gates on the value of social capital in school reform. Stanford Social Innovation Review.

OECD (2014). TALIS 2013 Results: An International Perspective on Teaching and Learning. TALIS: OECD Publishing, Paris. http://dx.doi.org/10.1787/9789264196261-en.

Scholastic (2015). Primary sources: America’s teachers on teaching in an era of change (3rd ed.). http://bit.ly/1WPMJXe