Creatieve routine door Patrick Sins

Broodnodige veranderingen vragen creatieve routine  Door Patrick Sins, lector Vernieuwingsonderwijs, Saxion en Thomas More hogeschool 
Creatieve routine is onmisbaar om te innoveren, bij het managen van een restaurant, bij praktijkwetenschappelijk onderzoek en in het onderwijs. In dit artikel beschrijf ik wat creatieve routine in het onderwijs betekent, wat daarvoor nodig is en hoe je er als leraar invulling aan kan geven. Maar eerst een kijkje in een keuken waar verandering broodnodig was. In het televisie programma Kitchen Nightmares bezoekt de markante chef Gordon Ramsay het restaurant Rococo in King’s Lynn, een kleine stad in het oosten van Engeland. De keuken van Rococo wordt op dat moment bestierd door chef Nick Anderson, die in het verleden met een Michelinster is bekroond. De visite van Gordon heeft een reden: Nick verliest zo’n tweeduizend pond per week en loopt het risico failliet te gaan. Nick heeft al een schuld van honderdduizend pond. De reden voor het oplopend verlies: er komen te weinig mensen bij Rococo dineren. Gordon krijgt een aantal gerechten voorgeschoteld van Nick, die hij op zijn eigengereide, nogal ongeremde, wijze van commentaar voorziet. Gordon hoeft niet lang na te denken over zijn oordeel en deelt Nick mee dat zijn gerechten te pretentieus zijn. Nick werkt namelijk vooral met dure exclusieve ingrediënten. Bovendien besteedt hij behoorlijk wat kostbare tijd aan het opleuken van de gerechten. Nick kookt al jaren zo en heeft zijn manier van werken nauwelijks veranderd. Uit navraag bij enkele inwoners van King’s Lynn blijkt dat Nick zich uit de markt heeft geprezen: ze vinden dat ze bij Rococo geen waar voor hun geld krijgen. Tijdens de uitzending wijst Gordon er meerdere keren op dat Nick zijn aanpak radicaal moet veranderen. Doordat Nick jaar in jaar uit steeds hetzelfde doet is zijn creativiteit in het vak gedoofd, aldus Gordon. En creativiteit is cruciaal, want als Nick zo door blijft gaan is het over en uit met zijn restaurant. Dan moeten Nick en zijn gezin, die boven het restaurant wonen, ook nog eens hun huis uit. Uiteindelijk bereiken Gorden en Nick een doorbraak. Nick begint met het verwijderen van alles wat met Rococo te maken heeft. Hij verandert niet alleen de naam van het restaurant in het pretentieloze Maggie’s, vernoemd naar de nabijgelegen kerk, maar vereenvoudigt ook het gehele interieur. Bovendien brengen de chefs het menu terug naar een kleinere hoeveelheid eenvoudige gerechten. Nick koopt nu louter verse ingrediënten in bij lokale leveranciers en houdt de bereiding simpel. Het gevolg is dat de prijzen flink dalen. Als Gordon na een maand terugkomt ziet hij tot zijn aangename verassing dat het restaurant helemaal vol is. Nick vertelt dat hij nu per week gemiddeld vijfduizend pond aan omzet draait. Moedige creatievelingen Creatieve routine is nodig in elk vak, in de keuken, bij wetenschappelijk onderzoek en in het onderwijs. Het idee van een creatieve routine ontleen ik aan het werk van de gerenommeerde Amerikaanse cognitief psycholoog Robert Sternberg. Die stelt dat creatieve personen problemen routineus op nieuwe manieren benaderen. Hij beargumenteert dat creativiteit het gevolg is van een houding, een ‘way of life’, en niet zozeer van een aangeboren talent. Deze houding manifesteert zich in gedrag waaruit blijkt dat creatievelingen (a) problemen op meerdere verschillende manieren begrijpen, (b) risico’s nemen, (c) de moed hebben om om te gaan met weerstand van anderen en te staan voor hun eigen overtuigingen en (d) obstakels te overwinnen.  De metafoor die Sternberg hanteert om creativiteit beter te begrijpen, is investeren. Volgens zijn Investment theory of creativity zijn creatieve personen degenen die hun ideeën goedkoop kopen en duur verkopen. Goedkoop kopen betekent dat creatievelingen ideeën nastreven die in beginsel nog onbekend zijn of nog niet in trek, maar die mogelijk wel groeipotentieel hebben. Doorgaans blijkt dat deze ideeën weerstand ondervinden wanneer zij voor het eerst worden geïntroduceerd. Een creatieve persoon maakt volgens deze theorie juist dan het verschil door te volharden, met als mogelijk gevolg dat ze hun ideeën duur kunnen verkopen en zij zelf verder gaan met het volgende nieuwe, of onpopulaire idee. Met andere woorden, zo’n individu verwerft een creatieve routine. Creatieve routine in het onderwijs Een creatieve routine in het onderwijs houdt in dat leraren enerzijds hun onderwijs vanuit deze routine invulling geven en anderzijds actief creativiteit bij hun leerlingen willen bewerkstelligen. Creatieve
leraren nemen zelf initiatieven, zijn bereid om risico’s te nemen, staan open en laten zich verrassen door nieuwe ideeën en delen inventieve onderwijspraktijken, die ze ontwikkelen of gebruiken, met collega’s. Creatieve leraren waarderen een creatieve routine en zijn in staat deze bewust in te zetten met het doel hun onderwijs en het leren van hun leerlingen te verbeteren. Verder zoeken creatieve leraren actief naar mogelijkheden om creativiteit bij hun leerlingen te realiseren. De Britse hoogleraar Teresa Cremin geldt als een van de meest vooraanstaande onderzoekers op het terrein van creativiteit in het onderwijs. Cremin onderkent de volgende vier kenmerken van creatief onderwijs: nieuwsgierigheid, het leggen van verbindingen, autonomie en eigenaarschap en originaliteit. Ten eerste modelleren creatieve leraren volgens Cremin nieuwsgierigheid en hanteren ze open vragen die leerlingen uitdagen tot verder onderzoek en reflectie. Ten tweede proberen creatieve leraren integratie van vakken in een leergebied of in vakoverstijgende projecten te realiseren. Zij bieden leerlingen de mogelijkheid om verbindingen te maken met hun voorkennis. Ten derde stimuleren creatieve leraren hun leerlingen om autonome beslissingen te nemen en eigenaar te worden van hun leerproces. Tenslotte stellen creatieve leraren zich flexibel op en demonstreren creativiteit door onder meer te experimenteren met ideeën, spontaan te reageren op onverwachte gebeurtenissen en ruimte te bieden voor onzekerheid en het (nog) onbekende. Om op zo’n manier invulling te geven aan een creatieve routine in het onderwijs, is het volgens de investment theory van Sternberg wel nodig dat je als leraar onder meer kennis hebt van de vakinhouden –en didactiek, in staat bent om out of the box te denken, risico wilt nemen en om durft te gaan met onzekerheid, en het idee hebt dat creativiteit door collega’s en leidinggevenden wordt gewaardeerd. Opbrengsten van een creatieve routine in het onderwijs Kortom, een creatieve routine betekent steevast hard werken, durven en doorzetten en het vergt nogal wat van jou als leraar en je omgeving om werkelijk creatief te kunnen zijn. Dit leidt mogelijk tot onontbeerlijke doorbraken zoals in het restaurant van Nick Anderson. Ook creatieve grootheden zoals Einstein, Picasso, Mozart of Edison waren zulke doorzetters. Thomas Edison gaf toe: ‘None of my inventions came by accident. I see a worthwhile need to be met and I make trial after trial until it comes. What it boils down to is one percent inspiration and ninety-nine percent perspiration’ (citaat van Thomas Edison, 1929; geciteerd in Newton, 1987). Uit empirisch onderzoek blijkt dat een creatieve routine in het onderwijs niet alleen bijdraagt aan de mate van creativiteit bij leerlingen maar ook aan hun leerprestatie. En al hoeft een creatieve routine niet in alle gevallen direct tot aantoonbare verbeteringen te leiden, het steevast verbeteren van je onderwijs is volgens mij niet mogelijk zonder dat er sprake is van een creatieve routine. Creative leraren zijn onmisbaar om daadwerkelijk duurzaam te innoveren in het onderwijs en om leerlingen optimaal te helpen leren, nu en in de toekomst.  De uitzending van Kitchen Nightmares is hier te bekijken: www.youtube.com/watch?v=mnYfdh5PHVs 
Geraadpleegde literatuur Angeloska-Galevska, N. (1996). Children’s creativity in the pre-school institutions in Macedonia. Childhood Education: International Perspectives, 105-115. Cremin, T. (2015). Creative teachers and creative teaching, in A. Wilson (ed.), Creativity in Primary Education (pp. 83-97). Exeter, UK: Learning Matters. Grainger, T., Barnes, J., & Scoffman, S. (2004). A creative cocktail: creative teaching in initial teacher education. Journal of Education and Teaching, 38(3), 243–53.  Grainger, T., Barnes, J., & Scoffham, S. (2006). Creative teaching for tomorrow. Research report for creative partnerships.  Grainger, T., Goouch, K., & Lambirth, A. (2005). Creativity and Writing: Developing Voice and Verve in the Classroom. Abingdon: Routledge.  Jeffrey, B. and Woods, P. (2003) The creative school: A framework for success, quality and effectiveness. London: Routledge/Falmer. Newton, J.D. (1987). Uncommon Friends: Life with Thomas Edison, Henry Ford, Harvey Firestone, Alexis Carrel & Charles Lindbergh. San Diego, CA: Harcourt Brace Jovanovich. Sternberg, R. J. (Ed.). (1999). Handbook of creativity. New York, NY: Cambridge University Press. 
Sternberg, R.J. (2012). The assessment of creativity: An Investment-based approach. Creativity Research Journal, 24(1), 3-12. Sternberg, R. J., & Lubart, T. I. (1991). An investment theory of creativity and its development. Human Development, 34(1), 1–31.  Sternberg, R. J., & Lubart, T. I. (1995). Defying the crowd: Cultivating creativity in a culture of conformity. New York, NY: Free Press.  Thurlings, M., Evers, A.T., & Vermeulen, M. (2015). Toward a model of explaining teachers’ innovative behavior: A literature review. Review of Educational Research, 85(3), 430-471. Woods, P. (1995). Creative teachers in primary schools. Buckingham: Open University Press. Woods, P. & Jeffrey, B. (1996). Teachable moments: the art of teaching in primary schools. Buckingham:  Open University Press.  
Praktijkvoorbeeld Creatieve routine in het onderwijs Uit Jeffrey en Woods (2003, p.116).
Leerkracht Sarah voert samen met haar klas van 5-7 jarigen een discussie over leren. Ze begint met een onderzoek naar hoe baby’s leren en vraagt haar leerlingen hoe ze de lege hersenen van een buitenaards wezen zouden vullen met kennis. Haar leerlingen gebruiken niet alleen hun verbeelding maar ze confronteren elkaar met elkaars bijdragen aan de discussie: ‘Ik zou het in een laboratorium doen.’ ‘Ik zou het doen door het voor te zeggen.’ ‘Dat kan niet, omdat hij niks in zijn hersenen heeft waarmee hij kan denken.’ ‘Hij zou zich helemaal niks kunnen herinneren.’ ‘Je zou hem in slaap kunnen brengen en dan zijn hoofd een beetje open doen om de goede informatie in zijn hersenen te doen.’ De discussie maakt de weg vrij voor een meer filosofisch onderzoek. Een leerling komt vanuit het niets met een vraag waar de anderen op konden voortborduren. ‘Dit is een moeilijke vraag, omdat hoe wist de eerste persoon op aarde alle dingen over de wereld?’ ‘God heeft het hem geleerd.’ ‘Maar hij was een kleine baby.’ ‘Hoe werd de wereld gemaakt?’ ‘Hoe werd de eerste persoon gemaakt?’ ‘Hoe werd het hele universum gemaakt?’ ‘Hoe groeide het leven?’ Er volgt een discussie waarin de kinderen veel vragen stellen en aannames en mogelijke antwoorden bespreken.