De waardering van daltonvisitaties: “Meedenken en opdenken”

De waardering van daltonvisitaties: “Meedenken en opdenken”

Patrick Sins lector Vernieuwingsonderwijs en Koen Groeneveld directeur VBS

De Nederlandse Dalton vereniging (NDV) maakt al geruime tijd gebruik van interscolaire visitatie om de professionele ontwikkeling van daltonleraren en- scholen te bevorderen. Belangrijk instrument daarbij is het visitatiekader, waarbij de kernwaarden van het daltononderwijs zijn vertaald naar waarneembare indicatoren op leer-, leerkracht- en schoolniveau. Aan de hand van dit visitatiekader beoordelen scholen zichzelf in een zelfevaluatie. Bovendien biedt het visiteurs de mogelijkheid om zich een oordeel te vormen over de onderwijskwaliteit en adviezen te formuleren ter verbetering van het daltononderwijs. In maart 2012 is het visitatiekader bijgesteld en zijn drie kernwaarden (reflectie, effectiviteit/doelmatigheid en borging) toegevoegd aan de drie bestaande (vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid en samenwerken).

Nu het nieuwe visitatiekader is uitgeprobeerd in de praktijk en de nodige ervaring is opgedaan met deze manier van visiteren, heeft de NDV ons gevraagd om te onderzoeken in hoeverre het nieuwe visitatiekader voldoet aan de eisen die de NDV eraan stelt. Het doel van ons onderzoek is tweeledig. Ten eerste willen we zicht krijgen op de mate waarin de kernwaarden in het visitatiekader betekenisvol en van belang zijn bij visitaties van daltonscholen. In het kort onderzoeken we hoe de kernwaarden in het visitatiekader worden gewaardeerd door degenen die het gebruiken. Ten tweede willen we nagaan in hoeverre visitaties kwaliteitsborging –en verbetering in het daltononderwijs bevorderen en welke aspecten van de visitatie daaraan bijdragen. Enerzijds willen we hierbij meer zicht krijgen in de discussie rond minimale standaarden die nodig zijn om een voldoende functionerende daltonschool te hebben. Anderzijds gaat het om te weten in welke mate de visitatie zou moeten leiden tot een bepaalde ontwikkeling van de school, van het team en van de leerlingen.

In ons onderzoek werken we met vragenlijsten (kwantitatief deel) en focusgroepen (kwalitatief deel). We diepen de resultaten van de vragenlijst uit in focusgroepen voor visiteurs en leraren werkzaam in het po en in het vo. Bevindingen uit dit onderzoek stellen ons straks in staat meer inzicht te krijgen in de doelmatigheid van visitaties in het daltononderwijs en de praktijk daarover te informeren. We zijn op het moment nog met de analyse van de data bezig en er worden nog focusgroepen voor het vo georganiseerd. In deze bijdrage worden de voorlopig belangrijkste bevindingen beschreven uit het kwantitatieve onderzoek die we hebben gedaan bij visiteurs en gevisiteerde scholen in het dalton primair onderwijs.

Waardering van de kernwaarden in het visitatiekader

In het onderzoek kijken we naar hoe visiteurs en gevisiteerde daltonscholen de kernwaarden in het visitatiekader waarderen. We hebben circa 50 visiteurs en 45 onderwijsprofessionals (directeuren, leerkrachten en daltoncoördinatoren), die werkzaam zijn op gevisiteerde scholen, gevraagd voor het leerling-, leraar- en schoolniveau aan te geven in hoeverre zij vinden dat de kernwaarden betekenisvol en van belang zijn bij visitaties.

Uit de analyse van de vragenlijsten blijkt dat zowel visiteurs als onderwijsprofessionals het belang en de betekenisvolheid van alle kernwaarden bij het visiteren onderschrijven. Zo waarderen beide groepen de kernwaarden met een gemiddelde score van boven de acht (op een tienpuntsschaal), alle kernwaarden worden verder even positief beoordeeld. We vonden bovendien dat de waarderingen die visiteurs en onderwijsprofessionals geven even hoog zijn. Goed nieuws dus: de kernwaarden in het visitatiekader zijn voor degenen die het gebruiken op alle drie niveaus (leerling-, leraar- en schoolniveau) betekenisvol en van belang bij visitaties. De zelfevaluatie wordt toonbaar geapprecieerd door onze respondenten, zo geven ze aan dat de zelfevaluatie van belang is voor het verkrijgen van inzicht in en het kunnen reflecteren op het eigen daltononderwijs en welke verbeterpunten er zijn. Verder vinden de onderwijsprofessionals van scholen die zijn gevisiteerd de feedback die visiteurs geven erg nuttig, bruikbaar en relevant. De onderwijsprofessionals geven aan dat ze met name de bevestiging dat ze op de goede weg zitten, de gegeven verbeterpunten en de positieve insteek van de ontvangen feedback waarderen. Wel geven ze in de focusgroep aan dat de feedback van de visitatiecommissie nog meer concreet en specifiek kan zijn, zodat de school nog beter in staat wordt gesteld met de gegeven aanbevelingen aan de slag te kunnen.

Bijdrage aan kwaliteitsborging –en verbetering daltononderwijs

In onze studie gaan we ook na in hoeverre visitaties volgens respondenten bijdragen aan kwaliteitsborging –en verbetering van het daltononderwijs. Volgens zowel het oordeel van visiteurs als van de onderwijsprofessionals dragen de zelfevaluatie, het visitatiebezoek, het visitatieverslag, de aanbevelingen als de reactie van de school op de aanbevelingen bij aan kwaliteitsborging. De gemiddelde score ligt ook hier weer boven de acht. Ook hier weer een behoorlijk positieve waardering voor de visitatieprocedure. Visitaties leiden volgens onze respondenten vooral tot een groter inzicht in de kwaliteit van het daltononderwijs door de feedback die wordt gegeven en ontvangen en de verbeterpunten die worden genoemd. Visitaties dragen volgens zowel visiteurs als onderwijsprofessionals bij aan het scherpstellen van het eigen daltononderwijs, het krijgen van aanbevelingen (“tips en tops”) en tot kwaliteitsbevordering en ontwikkeling.

Uit de focusgroepen komt naar voren dat de meeste respondenten de essentie van daltonkwaliteit opvatten als de mate waarin er op school sprake is van eigenaarschap op zowel school-, leraar- als leerlingniveau. Leerlingen en leraren moeten de vrijheid krijgen en de ruimte nemen om te leren en te werken. Een absolute ondergrens aan daltonkwaliteit is lastig te onderscheiden volgens onze respondenten, het is namelijk per school verschillend in hoeverre er sprake kan zijn van eigenaarschap en hoe kernwaarden gestalte krijgen op de desbetreffende school. Wat wel van belang lijkt is dat de visie ten aanzien van het eigen daltononderwijs goed is onderbouwd en beargumenteerd en dat de school aantoonbaar iets met de aanbevelingen uit de vorige visitatie heeft gedaan.

Goed visiteren is een volgens onze respondenten met name een kwestie van “meedenken en opdenken”. Hiermee bedoelen ze dat visiteurs als “critical friend” moeten dienen en de school die ze visiteren ondersteunen (“meedenken”) en verder helpen brengen (“opdenken”) in het borgen en verbeteren van de daltonkwaliteit. Bij meedenken gaat het erom dat de visiteurs in hun feedback en aanbevelingen uitgaan van de situatie op de gevisiteerde school, zoals deze in de zelfevaluatie wordt beschreven. Dit betekent dat visiteurs minder vanuit een oordeel uitgaan (beoordelingsperspectief) maar veeleer visiteren vanuit een ontwikkelingsperspectief. Wat daarbij volgens onze respondenten zoals eerder gezegd cruciaal is, is dat de gegeven feedback en aanbevelingen vanuit een open houding zijn geformuleerd, ondubbelzinnig zijn en aansluiten bij ontwikkelingen op de gevisiteerde school. Met andere woorden, de “critical friend” kan pas opdenken als er is meegedacht met de school. Meedenken is niet alleen een taak voor visiteurs, ook scholen kunnen de “critical friend” helpen zijn taak te volbrengen door eigenaarschap te nemen. Dit kan bijvoorbeeld door in de zelfevaluatie een aantal kijkwijzers en/of vragen aan de visiteurs te beschrijven. Kortom, volgens de deelnemers aan de focusgroepen is eigenaarschap niet alleen van groot belang voor het vormgeven van het daltononderwijs, maar is het ook een vereiste voor het borgen en verbeteren ervan door middel van visitaties.