woensdag, 26 juni 2019 00:00

21st century skills: don’t try this at home

Patrick Sins, lector Vernieuwingsonderwijs Saxion en Thomas More hogeschool 

De maatschappij verandert en snel ook. Technologische ontwikkelingen hebben de laatste jaren een enorme vlucht genomen. Denk bijvoorbeeld aan wat we tegenwoordig met ons mobieltje kunnen. Zo herinnert mijn agenda me eraan dat ik op tijd ben voor mijn afspraak in Zuid-Limburg. Maar dan moet ik wel nu vertrekken. Wie had ooit durven denken dat een agenda dat zou doen? Laat staan dat die agenda ons vanaf een telefoon toespreekt. Het moet een hele slimme zijn geweest die dat twintig jaar geleden had kunnen bevroeden. Er is een geweldig filmpje uit 1998 waarin inwoners van Amsterdam wordt gevraagd of ze een mobiele telefoon zouden willen aanschaffen. Geen van allen zien ze er de meerwaarde van in. “Ik hoef niet continu zo’n piepding op mijn terrasje te hebben” is een van de veelzeggende reacties. Ik vermoed dat nu iedereen uit het filmpje een smartphone heeft.

Koffiedikkijken

Het is heel lastig, zo niet onmogelijk, te weten wat de toekomst voor ons in het verschiet heeft. We weten dat er zaken veranderen, dat zie je, dat merk je. Maar op voorhand weten welke veranderingen er zullen plaatsvinden is koffiedikkijken. En dat zeg ik niet alleen. Zo laat indrukwekkend onderzoek van de psycholoog Philip Tetlock zien dat ‘experts’ nauwelijks beter zijn in het doen van voorspellingen dan de gewone man of vrouw. Toch zijn we er voortdurend mee bezig.

Ook in het publieke debat, willen we weten hoe we leerlingen door onderwijs zo goed mogelijk kunnen voorbereiden op de toekomst. De maatschappij verandert immers, dus beroepen worden straks ook anders. En daar zijn andere vaardigheden voor nodig. Om bij te dragen aan de toekomstige samenleving willen we leerlingen generieke vaardigheden en daaraan gekoppelde kennis en houding meegeven. Zo beargumenteert men. En die vaardigheden krijgen gelijk een heel hippe benaming: 21st century skills. Wacht heel even. We weten dat de toekomst ongewis is, hoe die toekomst eruitziet kunnen we ook niet voorspellen. Maar we weten wel al welke vaardigheden straks van belang zijn. Hier gaat iets mis. En dat is gelijk mijn eerste punt van kritiek op de hype van de 21st century skills.

Voordat ik mijn tweede punt van kritiek bespreek, zal ik kort iets moeten zeggen over wat de 21st century skills zijn. In 2012 hebben Joke Voogt en Natalie Roblin een fiks aantal modellen en documenten met elkaar vergeleken en onderzocht hoe er gedacht wordt over 21st century skills. Hun conclusie is dat er overeenstemming bestaat over wat deze vaardigheden zijn. Zo noemen alle modellen de volgende vaardigheden: samenwerking, communicatie, digitale geletterdheid en sociale en/of culturele vaardigheden en burgerschapsvorming. Minder overeenstemming lijkt er te bestaan over welke vaardigheden belangrijker zijn. Daarnaast worden soms ook andere vaardigheden genoemd. Het gaat dan om: creativiteit, kritisch denken, probleemoplossende vaardigheden en productiviteit.

Oude wijn in nieuwe zakken

Heel mooi allemaal, maar ik ben deze vaardigheden al eerder tegengekomen. Dit in het kader van een geweldig project dat wordt beschreven in het boek: The Eight-Year Study Revisited: Lessons from the Past for the Present. The Eight-Year Study betrof een omvangrijk experiment waarin dertig Amerikaanse vernieuwingsscholen in samenwerking met onderwijsonderzoekers gedurende acht jaar de mogelijkheid kregen om hun curriculum op diverse aspecten te verbeteren. Ook de New Yorkse school van Helen Parkhurst nam aan dit project deel.

Je voelt de bui misschien al hangen: de Eight-Year Study vond plaats van 1932 tot en met 1940. Als je leest welke vaardigheden van leerlingen toen centraal stonden in de voorgestelde curriculumvernieuwingen, lijken deze verdacht veel op de vaardigheden die wij voor de toekomst van onze leerlingen belangrijk vinden. Ik citeer: “First, every student should achieve competence in the essential skills of communication”. Communicatie dus. Verder lezen we enkele doelen waar de vernieuwde curricula op de deelnemende scholen aan moeten voldoen: “the incalculation of social attitudes”, “the development of increased appreciation of music, art, literature, and other esthetic experiences” en “the development of effective methods of thinking”. Vertaald naar onze eeuw zijn dat sociale en/of culturele vaardigheden en kritisch denken.

Ik kan zo doorgaan, maar dat hoeft niet. Het is wel duidelijk: 21st century skills golden net zo goed voor leerlingen uit de 20ste eeuw. Niks nieuws onder de zon dus. Op digitale geletterdheid na dan, computers bestonden toen nog niet. Maar als ik mag muggenziften dan is eigenlijk slechts een aspect van digitale geletterdheid nieuw, namelijk basiskennis ICT. De twee andere aspecten van digitale geletterdheid mediawijsheid en informatievaardigheden werden ook in de 20ste eeuw al van belang geacht: “The conviction that young people in a democracy should develop the habit of reflective thinking in solving problems strongly influenced methods of teaching developed in the thirty schools”.

21st century skills als abstract schilderij

21st century skills roepen bij mij vaak het beeld op van een abstract schilderij. Een schilderij waarbij het moeilijk te vatten is wat er wordt afgebeeld of wat de kunstenaar bedoeld heeft. Bij een abstract schilderij is dat natuurlijk prima. Je kan er ook zelf chocola van maken. Maar van een set vaardigheden, die we onze leerlingen moeten bijbrengen, mag je enige duidelijkheid wel verwachten. Ik ben nog geen artikel tegengekomen waarin inhoudelijk wordt beargumenteerd waarom juist deze vaardigheden in deze samenstelling moeten worden aangeleerd. Bovendien is de overlap tussen de skills communicatie en samenwerking enorm groot. Om te kunnen samenwerken moet je communiceren. De overlap geldt ook voor sociale en/of culturele vaardigheden en burgerschapsvorming, wat overigens eerder een brede restcategorie lijkt dan een heldere vaardigheid. Weet bijvoorbeeld dat burgerschap alleen al een lastig en diffuus concept is. Er zijn diverse definities van burgerschapsvorming in omloop en er wordt verschillend gedacht over hoe dit in de onderwijspraktijk vorm moet krijgen. Waarom burgerschap dan wordt samengenomen met sociale en/of culturele vaardigheden wordt niet uitgelegd. Wat moet je als onderwijzer hier nu mee?

Het aanleren van 21st century skills

En dan kom ik bij mijn belangrijkste kritiek op de 21st century skills: het wordt niet duidelijk gemaakt wat je als leraar concreet moet doen om je leerlingen deze vaardigheden aan te leren. In het artikel van Voogt en Rolbin duizelt het van de aanbevelingen om 21st century skills een plek te geven in het curriculum van scholen. Alle modellen zijn het er over eens dat 21st century skills “demand significant changes in the curriculum”. Maar hoe dan? Daar moeten we in het duister tasten. Zo geven Voogt en Roblin aan dat er nauwelijks suggesties worden gedaan hoe leraren die “changes” in hun lessen zouden moeten vormgeven. Leraren krijgen dus geen concrete handvatten als het gaat om 21st century skills.

Daarbovenop concludeert het SLO, dat de meerderheid van de leraren in Nederland zich onvoldoende toegerust voelen “om de vaardigheden vorm te geven in het onderwijs”. Het is dan ook niet vreemd dat als we in de klas gaan kijken, 21st century skills betrekkelijk weinig aandacht krijgen. Wat dan weer wel opmerkelijk is, dat “aandacht voor 21st century skills” wel bizar vaak genoemd wordt in schoolplannen van beleidsmakers. Het wordt wel vermeld, maar we zien het niet terug in de klas? Moet je het dan wel noemen?

In een bijzin van het artikel van Voogt en Roblin staat het volgende: “it is worrying that the education sector, let alone schools and teachers, do

not seem to be actively involved in the 21st century initiatives and in the

overall debate about these competences”. Leraren zijn niet betrokken geweest bij de discussie over 21st century skills! De discussie over 21st century skills speelt vooral op het niveau van politiek en onderwijsbeleid zonder dat de onderwijspraktijk hierbij wordt betrokken. Een gemiste kans natuurlijk. De leraar blijft zijn of haar ding doen. Of zoals het zo mooi wordt verwoord in de laatste editie van de Groene Amsterdammer: “Terwijl de maatschappelijke discussie over onderwijs een pendule is, lijkt de praktijk misschien eerder op een tanker, die soms een beetje naar links of rechts zwenkt, maar intussen vooral langzaam vooruit vaart”. Mijn devies is: 21st century skills: don’t try this at home.

Geraadpleegde literatuur

Berends, R. (2011).Helen Parkhurst: Grondlegster van het daltononderwijs. Deventer: Saxion Dalton University Press.

Guerin, L.J.F. (2018). Group problem solving as citizenship education: Mainstream idea of participation revisited [proefschrift]. Deventer: Saxion Progressive Education Press.

Lipka, R. P. (1998). The eight-year study revisited: lessons from the past for the present. Columbus, OH: National Middle School Association.

Taleb, N. N. (2007). The black swan: The impact of the highly improbable. New York: Random House.

Tetlock, P.E. (2005). Expert political judgment: How good is it? How can we know?. Princeton University Press.

Thijs, A., Fisser, P., & Hoeven, M. van der (2014). 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs. Enschede: SLO.

Van Gool, R. (2019). Het nieuwe onderwijs: Futuristische retoriek of evidence-based? De Groene Amsterdammer, 19-20, 10-15.

Voogt, J., & Pareja Roblin, N (2012). Teaching and learning in the 21st century. A comparative analysis of international frameworks. Journal of Curriculum Studies, 44(3) 299-321.